Diergeneeskundige sectie

epilepsie


inleiding Het woord epilepsie is afgeleid uit het Grieks, en betekent: overnemen, overweldigen, of aanvallen. Epilepsie bestaat uit het herhaaldelijk optreden van aanvallen. Normaal gesproken wekken hersencellen een soort electrische signalen op. Ze geven ze weer door, maar ze ontvangen ook signalen van andere cellen. De hersenen zijn in staat om deze signalen te coördineren, en sterke signalen te verminderen. Bij een aanval echter wordt zo'n kort, sterk signaal over de gehele hersenen verspreid, omdat het onvoldoende wordt afgezwakt. Bij epilepsie treden zulke aanvallen bij regelmaat op.

soorten Er bestaan twee soorten epilepsie:
  • Primaire epilepsie: ook wel idiopatische, genetische of 'echte' epilepsie genoemd. Voor dit soort epilepsie is meestal geen oorzaak te vinden. De diagnose wordt gesteld door alle andere oorzaken uit te sluiten. Primaire epilepsie ontstaat meestal als de hond een leeftijd heeft tussen 6 maanden en 5 jaar.
  • Secundaire epilepsie: waarbij een aanwijsbare oorzaak te vinden is. Er zijn tal van oorzaken voor secundaire epilepsie, waarbij het doel van de behandeling is, de oorzaak weg te nemen, wat echter meestal moeilijk is, omdat de oorzaak vaak niet duidelijk is vast te stellen.

aanvallen Zoals gezegd bestaat epilepsie uit het herhaaldelijk optreden van aanvallen. Bij honden zijn er drie soorten aanvallen te onderscheiden.
  • Partiële aanvallen, waarbij bepaalde delen van het lichaam betrokken zijn, zoals bijvoorbeeld stuiptrekken, vlieghappen, zenuwtrekjes in het gezicht of het trekken met een oor.
  • Gegeneraliseerde aanvallen, ook wel grand mal genoemd. Deze aanvallen bestaan uit twee fasen: de tonic en de clonic fase. De tonic fase is herkenbaar aan het omvallen van het dier, verlies van bewustzijn, het verstijven van de poten en krampen van het hele lichaam. Soms stopt ook de ademhaling. Deze fase duurt gewoonlijk ongeveer 10-30 seconden. De clonic fase bestaat uit het bewegen van het hele lichaam, waaronder het heftig bewegen van de poten (het zogenaamde 'lopen'). Bij beide fasen kan ook de controle over blaas of darmen wegvallen en kan er salivatio optreden. In sommige gevallen verschijnt er schuim om de mond.
  • Atypische aanvallen, welke niet in te delen vallen bij de vorige twee soorten.


fasen De meeste aanvallen zijn in drie fasen in te delen.
  1. De aura is de beginfase voor de werkelijke aanval. De hond is onrustig en vertoont soms afwijkend gedrag. Het dier kan aanhankelijker worden, of zich juist terugtrekken. Soms is er een vreemde blik in de ogen te zien. De aura kan enkele minuten tot enkele dagen aanhouden.
  2. De ictus is de werkelijke aanval. De hond valt om, verstijfd gedurende een korte periode (± 30 seconden), gevolgd door ontspanning, waarbij krampen en heftige beweging met de poten optreed. De ictus duurt ongeveer 1-3 minuten.
  3. De post-ictale fase is de periode na de aanval. De hond komt bij bewustzijn, krabbelt overeind en is meestal een poosje de kluts kwijt. Sommige honden hebben extreme honger of dorst. Vaak zien ze slecht en hebben moeite met bewegen. Enkele honden zijn vlak na de aanval overactief en anderen zijn juist geheel uitgeteld. De post-ictale fase kan enkele minuten tot enkele dagen duren.

Buiten de genoemde soorten aanvallen, zijn er een tweetal bijzondere vormen van een aanval, waar extra aandacht aan besteed moet worden:
  • Clustering Dit is wanneer een hond meerdere aanvallen op een dag heeft, waarvan hij tussentijds niet voldoende hersteld, dus waarbij geen herkenbare post-ictale fase optreedt.
  • Status epilepticus Hierbij is sprake van een aanval, die langer dan enkele minuten duurt, waarbij de hond niet of nauwelijks bij bewustzijn komt. Elke aanval wordt gevolgd door een nieuwe, waardoor de aanvallen eindeloos door kunnen gaan.


aanval
wat nu?
VOOR HET EERST EEN AANVAL... EN NU?

Als uw hond een aanval heeft gehad, is het raadzaam om een bezoek te brengen aan uw dierenarts. Deze kan even kijken of uw hond gezond is en geen onderliggende problemen heeft. Meestal zal uw dierenarts u weer naar huis sturen met de raad te wachten op een eventuele volgende aanval. Die volgende aanval hoeft echter niet te komen. Het kan best zijn dat uw hond een verkeerde reactie had op bijvoorbeeld een vlooien-middel, een shampoo of iets anders in de omgeving. Vaak echter komt er wel een nieuwe aanval, meestal een paar maanden na de eerste. Indien u opnieuw zou afwachten, zal blijken dat de aanval steeds dichter op elkaar komen te zitten. Dit komt, omdat de ene aanval in zekere zin de volgende opwekt. Als uw hond een tweede aanval krijgt, moet u opnieuw naar uw dierenarts. Meestal zal deze nu een bloedonderzoek doen om te kijken of er een oorzaak is voor de aanvallen. Wordt die oorzaak gevonden, dan kan een eventueel passende behandeling worden ingesteld. Wordt de oorzaak niet gevonden, en blijkt het bloedonderzoek niets opgeleverd te hebben, dan vallen de aanvallen van uw hond hoogstwaarschijnlijk onder idiopatische epilepsie, de epilepsie zonder oorzaak.

medicijnen MEDICIJNEN

Als uw hond meer dan één aanval per maand heeft, is het zinvol, zo niet noodzakelijk, te proberen met medicijnen de aanvallen te onderdrukken. Het is echter niet zo dat de aanvallen dan volledig zullen verdwijnen, maar zij zullen tenminste in ernst afnemen en met langere tussenpozen optreden.

De meest voorgeschreven medicijnen zijn:
  • Fenobarbital - dit is een medicament uit de barbituraten groep en heeft een aantal vervelende bijwerkingen, zoals sufheid, veel plassen, veel drinken, en soms veel eten. Deze bijwerkingen verdwijnen echter na een tijdje.
  • Epitard - een medicament uit de hydantoinederivaten groep. Dit is een vrij nieuw middel en bevat voornamelijk phenytoïne in een vorm die langzaam in het lichaam vrij komt, het zogenaamde slow-release. Het wordt meestal voorgeschreven aan honden die niet goed op de gebruikelijke behandeling reageren. Ook dit medicijn heeft een aantal bijwerkingen, waaronder overgeven, diarree en gewichtsverlies. Ook deze bijwerkingen verdwijnen na een korte periode.

Beide medicijnen kunnen op de lange duur leverbeschadiging veroorzaken. Het is daarom noodzakelijk om één keer in het half jaar een controle bloedonderzoek te laten doen om de leverfunctie te beoordelen.

Buiten de bovengenoemde medicijnen zijn er nog een aantal andere middelen die nog wel eens gebruikt worden. De belangrijkste daarvan zijn:
  • Mysoline (primidon), ongeveer gelijk aan fenobarbital, echter het medicijn wordt in de lever pas omgezet in de werkzame stof;
  • Kaliumbromide (Kbr) - dit is een oud medicijn, wat vooral in de Verenigde Staten veelvuldig wordt gebruikt bij honden met epilepsie. Het kan goed gebruikt worden in combinatie met fenobarbital, omdat de stof uitgescheiden wordt door de nieren, en niet zoals fenobarbital gemetaboliseert wordt in de lever.

Bij clusters is het zaak zo snel mogelijk de aanvallen te stoppen. Daarvoor wordt nog wel eens het Valium Protocol gebruikt. Dit is een protocol wat het gebruik van orale en rectale Valium (diazepam) in clusters beschrijft. Door dit protocol te volgen is het mogelijk de cluster aanvallen thuis te stoppen.

Bij status epilepticus moet u zo snel mogelijk diergeneeskundige hulp opzoeken, daar deze toestand levensgevaarlijk is!

aanval
wat nu?
WAT MOET U DOEN BIJ EEN AANVAL:

Eigenlijk kunt u helemaal niets doen. De aanval is niet meer te stoppen. Probeer geen medicijnen toe te dienen. Deze werken toch pas na een bepaalde periode, en uw hond zou er in kunnen stikken. Blijf kalm en zie er op toe dat uw hond zich niet kan bezeren. Probeer niet de hond vast te houden; dit heeft geen zin en bovendien zou u gebeten kunnen worden. Als u andere honden in huis hebt, verwijder die dan uit de kamer. Sommige honden kunnen namelijk agressief reageren naar een hond met een epileptische aanval.

tot slot TENSLOTTE:

Vermeld de dierenarts altijd dat uw hond epilepsie heeft en welke medicijnen hij gebruikt. Ook voor een operatie is het van belang dat men dit weet. Sommige narcose middelen en/of medicijnen kunnen niet gebruikt worden bij honden met epilepsie of in combinatie met de medicijnen die hij gebruikt. Om een goede behandeling van uw hond in te stellen, is het raadzaam een logboek bij te houden over het aantal aanvallen van uw hond, de belangijkste punten daaromheen (zoals bv. enige verandering in huis), het verloop van de aanval en het moment waarop deze plaatsvond. Hierdoor is het voor uw dierenarts een stuk gemakkelijker de juiste behandeling in te stellen. Indien uw hond meer aanvallen krijgt tijdens de loopsheid, zou castratie een uitkomst kunnen bieden. Overleg met uw dierenarts voor u die beslissing neemt.

voorzichtig met WAAR MOET U VOORZICHTIG MEE ZIJN:

Epileptische honden kunnen op bepaalde zaken reageren met een epileptische aanval. Als uw hond gediagnostiseerd is met epilepsie, moet u voorzichtig zijn met het volgende:
  • conserveringsmiddelen. Vooral BHA, BHT en ethoxyquin zijn veroorzakers van epileptische aanvallen;
  • vlooienbestrijdingsmiddelen. Tot nu toe is Advantage druppels het veiligste middel gebleken bij honden met epilepsie;
  • vaccinaties. Vooral het vaccin tegen hondenziekte (Distemper) blijkt veelal epileptische aanvallen te kunnen veroorzaken. Overleg met uw dierenarts voor een eventuele driejaarlijkse cocktail enting en een jaarlijkse parvo/weil enting;
  • shampoos
  • wijzig of stop nooit de medicatie zonder overleg met uw dierenarts. Het stoppen, wijzigen, vergeten, uitbraken of wisselen van medicatie kunnen aanvallen veroorzaken en soms zelfs leiden tot status epilepticus.

Met dank aan dr. A.J.M de Graaf, dierenarts (USA)

wilt u nog iets weten, of heeft u een suggestie, stuur een e-mail aan onze helpdesk


[dierenarts] paw[archief][basiskennis] paw[entingen] [parasieten]paw[reizen]paw[aandoeningen]


Ziet u geen frame-versie? Klik hier voor de start pagina
© MarGe - Professional Internet Solutions
Page Design and Hosting by MarGe - Professional Internet Solutions
Commentaar over deze Site kunt u mailen aan onze webmaster
Laatste wijzigingen 19 maart 2000


DOGGY.NET werd mede mogelijk gemaakt doordier en zorg