Enige door de Raad van Beheer erkende rasvereniging voor de Toller
Dit is een publicatie van de enige echte, door de Raad van Beheer erkende, Nova Scotia Duck Tolling Retriever Club Nederland, een belangenvereniging voor de honden van dit kleinste retrieverras. De vereniging zet zich in voor bescherming en het behoud van het ras, niet alleen wat exterieur betreft, maar vooral wat functionaliteit, gedrag en aanleg betreft, alsmede voor de gezondheid en het welzijn van de Tollers nu en in de toekomst. Om ervoor te zorgen dat de honden waarmee wordt gefokt aan een aantal criteria voldoen heeft de vereniging een fokreglement vastgesteld. De Nederlandse fokkers, die bij de vereniging zijn aangesloten zijn verplicht aan de eisen uit het Fokreglement te voldoen, waarmee de kans op ernstige problemen zo klein mogelijk wordt gehouden. Voor buitenlandse fokkers, die wel lid zijn van de Tollervereniging geldt het Fokreglement niet, maar van hen wordt verwacht dat zij conform de eisen uit het Fokreglement handelen.
Als u een pup wilt aanschaffen bij een andere (niet volgens het Fokreglement van de vereniging werkende) fokker, of wanneer u twijfels heeft, raden wij u aan contact op te nemen met het Toller-informatiepunt, daar helpen zij u graag verder. Het adres en telefoonnummer vindt u elders op deze site.
Handige tips
Wanneer een fokker niet aan de fokeisen van de vereniging voldoet is het verstandig bij die fokker geen pup aan te schaffen. Wellicht ten overvloeden geven wij u een aantal tips, welke u kunnen helpen bij het uitzoeken van een goede fokker:
Alle Nederlandse fokkers, aangesloten bij onze erkende vereniging, dienen te voldoen aan de eisen die in het fokreglement zijn beschreven. Van buitenlandse fokkers die lid van de Tollervereniging zijn wordt verwacht dat zij conform dezelfde eisen werken en handelen.
Informeer ALTIJD naar de gezondheidgegevens van de ouderdieren. Een goede fokker zal u alle papieren met plezier tonen; een fokker die dat niet kan of wil heeft waarschijnlijk iets te verbergen.
Zorg er altijd voor dat u de moederhond heeft gezien. Let daarbij op het gedrag van de hond en op het uiterlijk. Als de moederhond drachtig is, is ze natuurlijk niet op haar mooist, maar wat betreft verzorging moet ze er goed uit zien.
Neem rustig de tijd voor een uitgebreide kennismaking met de fokker en laat u goed voorlichten. De fokker, op zijn beurt, zal ook graag willen weten of de pup bij u goed terechtkomt.
Het spreekt voor zich dat het best handig en aanbevelingswaardig is bij meerdere fokkers te gaan kijken. Als u bij meer dan één fokker op de wachtlijst staat is het wel netjes dat ook aan die fokkers te laten weten, en natuurlijk af te melden wanneer u ergens anders een pup koopt.
Zorg dat uw hele gezin achter de aanschaf van een hond staat; een hond is niet alleen leuk, maar vraagt, zeker als pup, enorm veel tijd en aandacht.
Reken op een wachtlijst!! Pups worden nu eenmaal niet op commando geboren.
Wij wensen u veel plezier bij het uitzoeken van een Tollerpup, en hopen u, binnenkort, als lid van onze vereniging te mogen begroeten.
Het ontstaan van het ras
De slimme manier waarop vossen samenwerken met als doel eend op het menu te krijgen is door de jaren heen veel geobserveerd. Terwijl de ene vos zich in de buurt van de waterkant verstopt, rent de andere al springend en huppelend langs het water op en neer, waarbij hij steeds met zijn prachtige pluimstaart wild kwispelt. Al snel wordt een groep eenden nieuwsgierig en komt dichterbij om eens te kijken waar al die drukte goed voor is. Het spelletje eindigt als de eenden ver genoeg genaderd zijn om door de verdekt opgestelde metgezel te kunnen worden besprongen. Indianen bootsten deze slimme truck na door een vossenvacht snel aan een touw langs het water heen en weer te trekken, en hadden daarmee wisselend succes. Later is aan honden geleerd de eenden naar de jager te brengen op dezelfde wijze als de vos dat deed. Dat hele spel is "Tolling" genoemd, naar het engelse "Tollen" hetgeen zoiets betekent als lokken of dichterbij brengen.
Al lang geleden werden in Europa dit soort lok-honden gebruikt om eenden in een net te lokken. Iets meer dan honderd jaar geleden, in het district "Little River" in "Yarmouth County" in het zuidwesten van Nova Scotia, gebruikte de jagers ook lokhonden die net zoals de "MicMac Indian
Dog" waterwild naar de kant lokte precies zoals de vos dat deed.
Deze honden waren het resultaat van kruisingen met de verschillende retrievers, waaronder waarschijnlijk de Golden retriever, Chesapeake Bay retriever, Labrador retriever alsook de Flatcoated retriever met misschien ook nog wel de Cocker Spaniël, de Ierse Setter en verschillende soorten kleine herdershonden. Er wordt echter ook wel een verhaal verteld waarin het Nederlandse Kooikerhondje een belangrijke schakel vormt bij het ontstaan van de Toller. Zo bestaan wat betreft de exacte afkomst verschillende verhalen en wellicht zal nooit met zekerheid gezegd kunnen worden hoe het precies gegaan is. Hoewel de unieke wijze van jagen van deze honden dus al meer dan honderd jaar bestaat is van een officiële registratie en schriftelijke rasstandaard pas sprake in 1945. Oorspronkelijk werd het ras "Little River Duck Dog" of "Yarmouth Toller" genoemd, maar toen de Canadese Kennel Club het ras in de eind vijftiger jaren ging registreren veranderde deze naam in de huidige "Nova Scotia Duck !
Tolling Retriever".
Volledige internationale erkenning van de FCI kreeg het ras in 1982. Er is inmiddels een respectabel aantal Nova Scotia Duck Tolling Retrievers in Canada, Amerika en Europa.
Vanwege de lange naam van het ras wordt de afkorting "Toller" algemeen gebruikt. Ook in dit boekje zal, omwille van de leesbaarheid, steeds deze afkorting worden gehanteerd.
Het karakter van de Toller
Tollers zijn als de andere retrievers in die zin dat het echte gezelschapshonden zijn en gemakkelijk te trainen, maar omdat het energieke honden zijn hebben ze behoefte aan veel beweging. Daarbij moet worden gedacht aan meerdere wandelingen per dag, waarbij tenminste een wandeling van een uur moet zitten, waarin de hond los kan rondrennen. Op voorwaarde dat in die laatste behoefte wordt voorzien is de Toller een prachtige huishond. De Toller is een slimme hond die snel en graag leert. Steeds meer eigenaren komen tot de conclusie dat de Toller, naast de jacht en apporteren, ook uitermate geschikt is voor andere trainingen, zoals Obedience en Behendigheid. De natuurlijke wil om te apporteren en zijn speelsheid zijn noodzakelijk voor de "tolling" eigenschap. Zoals ook van "voorstaan" bij staande honden kan worden gezegd, geldt dat de "tolling" eigenschap erfelijk bepaald is en niet of nauwelijks kan worden aangeleerd. De honden hebben een intens en natuurlijk plichtbesef. Met jon!
ge honden moet worden getraind, maar het opbouwen van een hechte relatie door de kinderen balletjes te laten weggooien, die de Tollers steeds weer met plezier zullen gaan halen, is ook trainen. De mensen in Nova Scotia spreken ook niet van werken met de hond maar van "playing the dog". Andere eigenaren zeggen dat het apporteer-maniakken zijn.
"Als ooit iemand een balletje weggooit blijft de Toller hem net zolang terugbrengen totdat de arm van deze ongelukkige eraf valt". Er is een verhaal bekend van een Toller die steeds zijn balletje meeneemt naar de top van een heuvel om hem daar te laten vallen. Vervolgens loopt hij er hard achteraan in een poging het balletje te pakken te krijgen voordat het beneden is. Dit spelletje kon zich uren lang herhalen.
Het ras is gevoelig en erg gehecht aan zijn roedel. De Toller is niet altijd zo'n allemansvriend als de Golden Retriever. Ten opzichte van vreemden stelt hij zich soms wat gereserveerd (maar zeker niet agressief) op.
Ook in de training onderscheidt de Toller zich door de hoge mate van intelligentie.
Een Toller zal niet klakkeloos doen wat zijn baas van hem vraagt, maar zelf nagaan of er niet een eenvoudigere manier is om het door de baas gewenste resultaat te bereiken.
Dit maakt dat voor een goede training een geduldige aanpak is vereist.
Verzorging
De Toller is een hond die niet echt veel verzorging nodig heeft, maar een wekelijkse borstelbeurt is wel verstandig. Tijdens het borstelen kunt u de vacht en de huid van uw Toller controleren op wondjes of parasieten, Verder geeft het u de kans te controleren of ook de oren en de voorhuid (bij reuen) schoon zijn. Elke fokker zal u enkele tips kunnen geven en bij twijfel kunt u terecht bij een dierenarts.
Over de vacht van de Toller kan overigens nog wel iets gezegd worden. De dikke beharing en ondervacht houden uw hond warm en bieden bescherming tegen allerlei invloeden van buitenaf. Overvloedige beharing aan de poten en oren kunt u eenvoudig uitdunnen.
Op een tentoonstelling of een clubmatch kunt u altijd vragen of iemand u daarmee kan helpen, zodat u dat een keer heeft gezien, maar ook kunt u te rade gaan bij een erkende hondentrimster. De zwaar bevederde staart is wild en mag dus niet, zoals bij de Golden Retriever, in model worden geknipt.
De Toller verhaart net als de meeste honden twee keer per jaar. Als u er een enorme hekel aan heeft haren in huis te vinden kan dit best enige ergernis betekenen, het dagelijks borstelen in deze periode kan schelen, al is het zo dat u dan de haargroei van de hond extra stimuleert waardoor de kans bestaat dat de hond de volgende ruiperiode nog meer haar verliest.
Het is, en dat geldt voor alle honden, niet aan te raden uw Toller regelmatig te wassen omdat de shampoo afbreuk doet aan de natuurlijke afweer van uw hond. Dat wil natuurlijk niet zeggen dat het nooit mag, maar doe het alleen wanneer het echt nodig is. Als u uw Toller regelmatig laat zwemmen in schoon, stromend water blijft de vacht mooi en is wassen overbodig.
Gezondheid
De meeste Tollers zijn gelukkig gezonde honden, maar ook daarmee kan altijd iets gebeuren. Net als mensen kunnen ook honden slachtoffer worden van bacteriën of virussen en daarvan ziek worden.
Zorg er altijd voor dat uw Toller goed is ingeënt en ontwormd. Van de fokker krijgt u een entingboekje mee, en die zal u verder informeren, maar het is altijd handig met uw pup even langs de dierenarts te lopen om te vragen of alles klopt.