HOND SIMSONArno Bohlmeijer Ans woont aan het eind van de straat en haar hond heet Simson. 'Hij is bijzonder hè?' zeggen Minnie en Flo, de zusjes die ook graag een hond willen. 'Ja, Simson is lief en snel en sterk tegelijk. En eigenwijs.' 'Lijkt op mij,' zegt Flo, 'zeer wijs. Dus wat ik vragen wou: is Simson ook lief en streng tegelijk voor konijnen?' 'O, dat weet ik eigenlijk niet. Hoezo?' 'Nou kijk,' legt Minnie uit, 'paps planten worden gestolen. Vannacht is zijn práchtige tuin geroofd en wij hebben nagedacht: mag Simson een poosje bij ons? Om de dieven weg te jagen?' 'Weet je wat,' zegt Ans, 'laat hem eerst eens uit, heel rustig in de wei daar; dan leert hij jullie beter kennen.' 'Oké,' zegt Flo, 'aan de riem?' 'Nou en of. Simsons vriendje woont bij de stallen van de manege, en zodra hij de kans krijgt, rent hij die kant uit. Houden jullie om beurten de riem vast?' 'Ik eerst,' zegt Minnie, 'kom, Sim.' Hij scheurt de tuin uit en Minnie wordt meegesleurd – net als in een tekenfilm. 'Au, hij breekt mijn arm. Koest, Sim, hierrr…' En hij houdt zich in. Bij de wei gekomen snuffelt hij hier en plast eens daar. Na veel rennen en dollen, gaat Simson even liggen. Minnie doet net of zij al jaren een hond heeft: ze aait hem knuffelt hem stevig. Maar heeft Simson daar wel zin in? Als een speer gaat hij er weer vandoor. Minnie hád nog wel de riem vast… Maar ze laat los voordat haar arm uit de kom wordt getrokken. Met grote sprongen is Simson in z'n eentje vertrokken. 'Haal 'm in,' zegt Flo, nu al buiten adem. Ze gaan allebei achter hem aan, al is hij natuurlijk veel sneller. Hij springt al over een sloot heen. Als Minnie ook een sprong maakt, komt ze half in de sloot, die niet erg schoon is, terwijl Simson onder het prikkeldraad glipt. Flo gaat ook door dat 'hek', maar het mislukt: haar broek scheurt op de plek waar haar bibs de prikkels raakt. 'Stom kind!' zegt Flo tegen Minnie. 'Je mocht hem niet loslaten.' 'Maar ik moest wel, hij sleepte me mee! O, als hij weg is, wordt dit de ergste dag van mijn leven, want Simson was niet eens van ons.' 'Wacht nou maar,' zegt Flo. 'Hij gaat gewoon naar z'n maatje bij de manege.' 'Hoeveel kilometer is dat?' 'Een stuk of zeven. Eerst Ans of de politie bellen.' 'De politie?' 'Ja, Sim wordt nu vermist.' 'Maar toch niet echt? Alsjeblieft…' 'Nou,' zegt Flo, 'hopelijk valt het mee en zijn we hem niet helemaal kwijt. Weet je, even denken… Het lijkt me beter om nog niemand te bellen, want ik schaam me dood voor zo'n domme blunder. Eerst gaan we gauw naar de manege. We nemen de fiets en regelen dit zelf. Hadden we maar een brommer.' Flo houdt van overdrijven, en 'zeven kilometer' is overdreven, maar ze fietsen zich in het zweet, zonder Simson in te halen. Wanneer ze eindelijk bij de manege komen, roept Flo: 'Wie zou die vriend van hem zijn?' 'Laten we hopen dat hij niet onder een paard is gelopen.' Bij de laatste stal horen ze geblaf en áchter de stal zien ze Simson. Maar naast hem staat een bok met grote, scherpe hoorns, en hij ziet er helemaal niet vriendelijk uit. Voor de zekerheid nemen Minnie en Flo even een pauze. 'Een waakbok,' zegt Flo zacht. 'Met die hoorns is hij aardig gevaarlijk.' 'Maar wij doen niks.' 'Nou, we komen Simson halen. En die geit kent ons niet. Dus als hij een maatje van Simson is, kan hij gemeen kwaad worden.' Op zijn stevige hoeven ziet de bok er machtig uit. Hij steekt zijn hoorns naar voren. Toch doet Flo een poging. 'Kom je mee, Sim? Wij zijn ook vrienden, weet je – met of zonder riem. Ga je alsjeblieft met ons mee? Op de fiets! Ik bedoel… Wil je snoep?' Minnie vraagt: 'Heb jij snoep?' 'Sshh, nog niet.' 'Maar dat ziet hij, Flo. Honden hebben daar een instinct voor. Als je liegt, weten ze dat meteen. Ik geloof dat ze het ruiken; net zoals ze je ángst ruiken…' 'Mijn angst?' protesteert Flo. 'Ik ben niet bang!' 'Jawel, ze ruiken ook gevaar en drugs, en dan vertrouwen ze je niet meer.' Flo neemt het risico. Ze steekt een hand uit naar Simson, maar het is de bok die dichterbij komt, zijn kop laag in de aanval, waardoor de hoorns nog scherper en sterker zijn. 'Ik denk,' zegt Minnie zo zacht mogelijk, 'dat hij jaloers is.' 'Kan me niet schelen,' zegt Flo. 'Hé Sim, wij houden het meest van jou – dat weet je toch? Ik bedoel, we houden allemaal van elkaar! Denk er maar eens over na; dan is het helemaal niet zo raar.' Hoewel de bok nu vlakbij is, praat Flo verder met Simson. 'Wil je soms geen dieven vangen? Maakt niet uit. Wij zeggen niets tegen je moeder, of Ans. We zullen niet vertellen dat je wegliep, oké? Maar schiet een beetje op, voordat zij met de politie gaat zoeken.' Simson kijkt ze ernstig aan en blijft staan. Als Flo zich zorgen maakt, begint haar eigen instinct te werken. Zogenaamd heel zielig – in tranen – loopt ze terug, al blijft ze over haar schouder kijken. En Minnie gaat mee. Opeens houdt Flo op met 'huilen', want Simson komt ook om de stal heen gelopen. De riem sleept achter hem aan. Terwijl Flo hem vlug een knuffel geeft, pakt Minnie de riem, voordat hij zich bedenkt. 'O Sim, je bent een engel, maar waarom is je vriendje zo streng?' Geen antwoord. Handig houdt Flo de riem vast en ze zegt: 'Maak je geen zorgen, we zullen langzaam rijden. Wel uitkijken dat je niet bij de wielen komt.' Simson draaft netjes mee, maar tegen de tijd dat ze thuis komen, eerst bij hun eigen huis, hangt zijn tong op de grond. Is dat goed voor fitness? 'Water,' hijgt Minnie namens hem. 'Een emmer water.' 'Voor mij ook,' zegt Flo. 'Moet je zien,' zegt mam, 'er zit een grote scheur in je broek. Hoe komt dat?' Dit fragment komt uit: MINNIE & FLO. BEESTEN EN MEISJES Arno Bohlmeijer Uitgeverij Lannoo € 11,95 ISBN 90 8568 032 8 |