De Bouvier heeft niet zo'n erg lange geschiedenis. Pas rond 1900 kwam het ras enigszins in de belangstelling. Veel verschillende hondenrassen hebben bijgedragen tot de totstandkoming van het ras.
Onder andere de rekel, dogachtigen, ruwharige jachthonden, krulharige waterhond en de Briard en Picard hebben invloed gehad op de ontwikkeling van de Bouvier. In 1903 trof prof. Reul een hond aan die volgens hem bij benadering het goede type had. Met deze hond ("Tom") begon de ontwikkeling tot de Bouvier als ras. Pas in 1912 werd de rasstandaard opgesteld. De Bouvier werd ontwikkeld met het doel te komen tot een veelzijdige hond, geschikt voor veedrijven, bewaking en verdediging. Tevens moest het ras bestand zijn tegen alle weersomstandigheden. De huidige Bouvier is een veelzijdige hond gebleven die een sterke bewakingsdrift heeft gehouden.
De Bouvier is geen snelle leerling, maar wat hij heeft geleerd vergeet hij niet snel. Een goede en consequente hand is een vereiste bij dit ras!
Gebruik:
Werkhond, waakhond
Activiteit:
De Bouvier vereist veel lichaamsbeweging om in conditie te blijven. Omdat Bouviers goed te trainen zijn moet zeker aandacht worden besteed aan de "mentale" training.
Verschijning:
Algemeen: De Bouvier is een gedrongen en gespierde verschijning. Hij ziet er stoer uit, maar ook lenig, gespierd en harmonieus. Het is over het algemeen een vrolijke en levendige hond. Het lichaam is kort en diep, rechte rug zonder opgetrokken buik. De benen zijn middelmatig lang met zwaar bone. De hals is niet te kort en zonder keelhuid.
Kleur: Van vaalgeel tot zwart, grijs, gestroomd.
Hoofd en schedel: Tamelijk brede en vlakke schedel, geringe stop en korte brede snuit. Het hoofd oogt in verhouding tot de grootte van de hond groot. De vlakke schedel is iets breder dan lang. Neusgaten zijn wijd, wangen vlak en droog. Donkere en ovale ogen. Schaargebit.
Staart: Tot ongeveer 10 cm gecoupeerd.
Voeten: Rond, kort en compact. Nagels zwart en sterk. Sterke voetzolen.
Beharing: Ruig en warrelig, ongeveer 6 cm lang. Op het hoofd korter. De beharing vormt op het hoofd een snor en baard .