De Ierse Terrier is ontstaan uit een lokale Ierse Terriervariant, die samengesteld was uit diverse elementen: de aardterrier uit een Engelse jachtkennel in Ierland, rattehonden uit Cork, Zuid Ierland en Ballymena, en een inkruising van terriers van Wales. In 1873 werd dit ras voor het eerst tentoongsteld in Dublin. Omstreeks 1880 werd het ras homogeen qua uiterlijk en grootte. In de oorlogen werden ze gebruikt als berichtenhond, zowel door de Engelsen als de Duitsers. De Ierse Terrier is een goede waakhond en uitstekende gezinshond. Soms is de Ierse Terrier wat vechtlustig wanneer hij wordt uitgedaagd door andere honden.
Gebruik:
Gezinshond, waakhond
Activiteit:
De Ierse Terrier heeft veel beweging nodig maar past zich eventueel aan wat minder beweging aan. Hou er rekening mee dat de Ierse Terrier een sportief ras is.
Verschijning:
Algemeen: De Ierse Terrier is een actieve en levendige verschijning. Het is een hond met veel massa die tevens in staat moet zijn hoge snelheden te bereiken. Het lichaam is matig lang, diep en met goed gewelfde ribben. Matig lange benen met flink bot. Vrij lange en droge hals.
Kleur: Lichtrood, tarwekleurig of geelrood.
Hoofd en schedel: Het hoofd is lang met vlakke, vrij smalle schedel en nauwelijks zichtbare stop. De snuit wordt naar de ogen toe nog iets smaller en is vrij van rimpels. De snuit is lang en sterk. Sterke en gespierde kaken, en zeer goed gevulde wangen. Zwarte neus. De ogen zijn klein en donker van kleur. Levendige en verstandige uitdrukking. Knoporen, klein en niet te dik.
Staart: Tot 3/4 ingekort. Vrij van bevedering of franje. De staart is bedekt met ruw haar. Hoog aangezet en vrolijk gedragen echter nooit over de rug gekruld of gebogen.
Voeten: Tamelijk rond en middelmatig van grootte. Tenen gebogen met zwarte nagels.
Beharing: Niet te lang, hard en draadachtig. De ondervacht heeft fijner en zachter haar.