Eigenlijk kan men niet spreken van de Laika, aangezien er diverse typen zijn. Derhalve wordt onderstaand een algemeen beeld gegeven van de Laiki in het algemeen. De naam laika was op zichzelf geen rasaanduiding, maar betekende "blaffen" en was afgeleid van het Russische woord "lajatj". Door hun geografisch voorkomen en verscheidenheid in gebruik verschillen de rassen nogal van uiterlijk. De Laiki werd vooral gebruikt als jacht- en sledehond en als EHBO-hond tijdens oorlogen. De Finse Keeshond is verwant aan deze Laiki, die oorsponkelijk uit Rusland komen. Waarschijnlijk stamt de Karelische Berenhond af van deze Russische Kees, zoals de Laika ook wel genoemd wordt. Momenteel komen deze rassen nog niet veel voor in Nederland. De huidige indeling in de Laika rassen is in Moskou in 1947 vastgesteld. De 27 typen werden toen onderverdeeld in 6 rassen. Overigens zijn er momenteel 3 door de FCI erkend: de West Siberische Laika, Oost Siberische Laika en de Russisch Europese Laika. De West Siberische Laika wordt onderstaand uitgebreider beschreven. Deze hond werd gevormd uit de nauw verwante Mansijskische en Cantejskische Laika-typen en tevens uit honden van de Russische jagers uit het Noord Oeralgebied en West Siberie. In Rusland is de West Siberische Laika een bijzonder belangrijk ras. Er zijn dan ook veel honden te vinden.
De West Siberische Laika wordt gemiddeld 15 jaar oud. Het ras past zich gemakkelijk aan verschillende omstandigheden aan. Het is een prettig ras dat nog dicht bij de natuur staat. Het ras is sterk op mensen gericht en heeft een sterk roedelinstinct.
Gebruik:
Het gebruik verschilt per type:
West Siberische Laika: gebruiks-, jacht-, en sledehond
Russisch Europese Laika: jachthond
Oost Siberische Laika: gebruiks-, jacht- en sledehond
Karelo-Finse Laika: jachthond (op kleine dieren en vogels)
Jesdoraja Laika: vrachtsledehond
Nenezker Laika: herdershond en hulp bij de jacht
Activiteit:
De Laika heeft veel beweging nodig. Het is belangrijk dat men met de hond bezig is. Dit ras moet zeker buitenshuis zijn energie kwijt kunnen.
Verschijning:
Algemeen: De Laika is krachtig gebouwd, droog en middelgroot. Het dier is iets langer dan hoog, hoewel de reuen bijna kwadratisch gebouwd zijn. De rug is sterk en recht. De schoft is sterk gemarkeerd. Sterke ribben en brede en diepe borst. Sterk ontwikkeld spierstelsel. De buik is iets opgetrokken. Stevige, rechte voorbenen, achterbenen goed gespierd en met goed gehoekte spronggewrichten. De hals is gespierd en droog.
Kleur:
West Siberische Laika: wit, grijs, rood, wolfsgrijs in alle schakeringen, bruin, zwart, zwart gevlekt en lichtrood komt voor maar is niet geliefd.
Russisch Europese Laika: zwart-wit
Oost Siberische Laika: lijkt op de West Siberische maar donkerder van kleur
Karelo-Finse Laika: lijkt op de Finse Spits
Nenezker Laika: wit, zwart, zwart-wit
Hoofd en schedel: Gewelfde bovenschedel, lichte inkeping tussen de ogen midden in de schedel. Het hoofd is droog en heeft de vorm van een gelijkbenige driehoek. De snuit is lang en spits. Overgang van schedel naar snuit is geleidelijk en weinig uitgesproken. De ogen zijn diepliggend met lange oogharen. Donker van kleur. De oren zijn klein en recht opstaand. Sterk schaargebit.
Staart: Redelijk lang en flink behaard. De staart wordt in een sterke krul over de rug of over de dijen gedragen.
Voeten: Ovaal, gewelfd en met gesloten tenen. Wolfsklauwen dienen verwijderd te worden.
Beharing: Hard bovenhaar met korte, dichte, wollige ondervacht. De dekharen zijn recht en door de sterk ontwikkelde en dichte ondervacht lijken ze openstaand. Aan het hoofd, de oren en voorzijde van de benen is de beharing kort. De beharing vormt een kraag rond de hals. Tweemaal per jaar verhaart de hond sterk.