De Noorse Buhund komt uit Noorwegen en werd gebruikt als hoeder bij het vee. Hij heeft net als de Border Collie een natuurlijke aanleg om alles te hoeden. Pas in de jaren twintig kreeg het ras buiten Noorwegen bekendheid (vooral in Engeland). De naam komt van het Noorse "bu" hetgeen bouwplaats, of ontginning betekent. Dankzij het compacte lichaam is de hond in staat op het moeilijke Noorse terrein te werken.
Gebruik:
Werkhond.
Activiteit:
De Noorse Buhund heeft veel lichaamsbeweging nodig.
Verschijning:
Algemeen: De Noorse Buhund heeft een kort, sterk en compact lichaam. De rug is recht en sterk. De ribben zijn goed gewelfd. De buik is iets opgetrokken. De benen zijn tamelijk kort met krachtig bot. Hals middelmatig lang zonder keelhuid.
Kleur: Vaal bruinrood, wolfsgrauw of zwart. Niet te donkerrood. Witte aftekeningen toegestaan. Bij voorkeur eenkleurig.
Hoofd en schedel: Het hoofd is keesachtig, met tamelijk brede schedel en hoog aangezette rechtopstaande oren. De schedel is wigvormig met duidelijke stop. Snuit vrij kort met rechte neusrug. De ogen zijn donkerbruin en hebben een levendige uitdrukking, De oren staan rechtop en zijn langer dan breed. Schaargebit.
Staart: Hoog aangezet en in een krul stijf over de rug gedragen. De staart is kort en dicht behaard.
Voeten: Klein en ovaal, met aaneengesloten tenen.
Beharing: Niet te kort, dik, ruw en glad aanliggend met zacht onderhaar. De vacht bestaat uit 2 lagen.