| Hondenverhalen |
|
Naar het strand
Als puppy liet ik Bram het Zwin regelmatig verkennen. Een groot stuk strand met duinen en een stukje Noordzee, en Westerschelde die daar samenvloeien. Misschien een stukje Nederland wat nog ongerept is gebleven. Grote stukken zijn dan ook afgezet door gaas, om de natuur zijn gang te laten gaan. In het voorjaar zien we hier ook de paarse gloed van de Zwinnebloemen. Beschermd gebied, waar mensen niet mogen komen. Bram wel, die vind altijd wel een gat of een plaatsje waar hij door kan. Hij aan de ene kant van de afrastering en ik aan de andere kant. Geen fraai gezicht voor iemand die wekelijks tweemaal met zijn hond gaat trainen op gedrag en gehoorzaamheid. Maar ik loop graag in het Zwin, het is er meestal niet te druk, en ook al ga je honderd keer, telkens is het anders. De weidse omgeving stralen rust uit, en Bram kan er een groot deel van zijn overtollige energie kwijt. Ze hadden mij verteld, dat als je cairn wat ouder wordt, hij ook een stuk rustiger wordt. Nou! Vergeet het! Bram niet! Bram barst nog steeds van de energie. Op een morgen besloot ik dan ook om Bram eens te laten rennen in het Zwin. Hij mocht netjes aangelijnd mee tot het pad, waar ik hem los zou laten. Eerst even goed appel op Bram en daarna los, dus Bram Zit! Liggen en blijf! En wonder boven wonder deed Bram alles keurig. Zodra de slipketting los was, liep hij dan ook voorzichtig naast mij, tot hij de meeuwen laag boven zijn neus zag voorbij vliegen. Door het dolle heen, ging Bram ze achterna, zover dat ik hem niet meer zag. Ja, een bewegende bruine stip, ergens in de verte. Ik riep, maar Bram kwam niet. Die had het veel te druk met zijn vogels, en hij zag er geen honderd, maar wel duizenden. Hij ging ze zelfs achterna tot het einde van de pieren die in de zee lagen. Het angstzweet brak me uit. Van alles zag ik al voor me, die geweldige grote zee en dat minuscule hondje. Want Bram was niets vergeleken die grote woeste vlakte. En ik die zo dikwijls dacht dat ik een grote cairn had. Eindelijk kwam meneer aangerend, hij was al meer dan drie kwartier weg. Mensen keken naar het vliegend object, dat voorbij rausde, en ja daar was Bram.Blaffen, keffen een hoog geluidje van volle tevredenheid, en ik wilde Bram vast aan de ketting doen. Dat had ik gedacht,vrijheid ,blijheid zal Bram bij zichzelf hebben gedacht. Hij benaderde mij net op zo'n manier dat ik hem net niet kon grijpen. Telkens sprong hij een half metertje achteruit, blafte, draaide zijn kont en weg was ie! Horen ja, dat kon ik hem wel. Vier uren lang ben ik bezig geweest om Bram te vangen. Waarschijnlijk zal hij toch een moment van onoplettendheid hebben gehad dat ik hem met een stok die ik in de zee gooide toch kon pakken. Wegooien en terug brengen. Keer op keer, maar eigenlijk deed hij hier ook afstandelijk. Hij bracht niet de stok tot aan mijn voeten, maar een stukje bij me vandaan en ging dan triomfantelijk zitten kijken hoe ik de stok opraapte om hem toch te kunnen pakken. Ik probeerde zelfs hem erin te laten bijten en hem eraan te laten hangen, omdat ik wist dat hij deze spelletjes graag deed. Maar met zijn stoute kraaloogjes hield hij me keurig in de gaten.tot dat ene, voor mij toch wel, glorieuze moment. Ik heb hem maar niet gestraft, want tenslotte was hij uiteindelijk toch gekomen, toen ik hem riep, ik heb Bram uitbundig geprezen, dat hij bij zijn baasje kwam. Maar Bram was nog lang niet moe, van alles zag en hoorde hij, alleen kon hij nu niet verder dan de acht meter die zijn lijn lang was. Ik wil dit geen tweede keer meemaken, Bram mag niet meer los. Voorlopig toch niet, maar ach, wat bezwijkt een mens toch gauw voor die smekende oogjes van een cairn. De volgende keer, toen was Pukkie erbij gekomen, had ik twee honden op het strand. Puk gaat niet verder dan Bram gaat, dus die kan mooi los. Voor Pukkie is alles dan ook nog vreemd, en ze is ook veel voorzichtiger als Bram. Voorzichtig voelt ze met haar pootjes aan het water, en nog veel voorzichtiger loopt ze langs de vloedlijn. Wanneer er dan ook een grote golf aankomt, verschrikt ze en vliegt ze terug naar mij. Bram wil wel even voordoen aan Puk hoe ze dit moet doen, dus toch maar even los. En warempel het gaat goed. Wonder boven wonder blijven ze bij elkaar. Tot Bram weer de meeuwen ziet, maar nu heb ik het sneller in de gaten dan Bram. Vlug doe ik hem de lijn om, Puk is helemaal nat en haar vachtje is sneeuwwit van de zoute zee. Ze kennen het al, Puk en Bram, wanneer ik een bakje met water vul en ik zeg, wie gaat er mee naar het strandje? Dan zitten er twee terriers met rechtop staande oortjes me aan te kijken en te piepen, zo van : opschieten vrouwtje, we willen onze overtollige energie weer even kwijt! En ik moet de auto nog maar klaar zetten , hup daar zijn mevrouw en meneer, klaar voor een paar uurtjes vertier aan het strand. En reken maar dat ze weg kennen van mijn deur tot de parking van het Zwin. AdJ |
||
| vorig verhaal | terug naar voorwoord | volgend verhaal |
| Heeft u ook een verhaal? Stuur uw vraag via verhalen@doggy.net |
|
Ziet u geen frame-versie? Klik hier voor de start pagina © BCM Best Communication & Management BV Commentaar over deze Site kunt u mailen aan onze webmaster |