| Hondenverhalen |
|
Slippertje
Het is koud, berenkoud, de daken zijn wit en de bomen hebben een ijslaagje op hun takken liggen. Aan de schuur hangen fijne ijspegels. Het heeft dus flink gevroren vannacht. Ik doe de keukendeur open, want Bram en Pukkie willen naar buiten, Bram raust naar buiten, en half op het pad begint hij te glijden. 't Lijkt wel een spaghatie. Bram glijdt nog een half metertje door en beland dan in zijn tuin met putten, waar hij holderdebolder kopje over gaat. Sip gaat hij zitten en kijkt me aan. Ik lig in een deuk. Geen gezicht. Puk is voorzichtiger. Die gaat op hoge poten, drie tegelijk naar buiten, tot aan de container, plast en gaat als een weerlicht weer terug naar binnen. Ja, madam heeft het wel bekeken, die kruipt in haar mand bij de centrale verwarming. (toch wel een trutje, denk ik dan) Bram niet, die moet eerst onderzoeken hoe of dat nu komt, dat hij geen putten kan graven. Hij probeert heftig met zijn voorpoot de harde grond te bewerken, en als dit niet lukt, gebruikt hij alle vier de poten die hij heeft. Het lijkt wel of hij kwaad wordt, hij krijgt geen korrel grond los. Ik wenk hem naar binnen, maar meneer heeft weinig lust. Ach ja, dan blijft hij maar buiten, zijn vacht beschermt hem wel tegen de kou, en tenslotte, hij heeft zijn mond mee gehad om te blaffen. Toch zullen ze nog even moeten wachten voor hun ochtendwandeling. Voorzichtig zie ik de mensen voorbij mijn ruiten schuifelen, zich hier en daar wat vast houdend aan een auto of een vensterbank. Auto's rijden ook heel traag voorbij. Maar de zon breekt door, dus zal de gladheid weer net zo snel verdwijnen, als dat ze hier op onze straten zich heeft vastgeplakt. 't Is dan ook al ruim elf uur, voor ik de ronde met Bram en Pukkie kan maken. Voorzichtig de gladde trappen van de stadswallen op, want die houten treden zijn geniepig glad. En wanneer ik boven aangekomen ben, dan stokt mijn adem. Wat een zicht! Het lijkt wel een winterse aanzichtkaart wat ik nu aanschouw. Alles is wit, zilver, en licht grijs. Zelf het gras is wit. Ondanks het gure weer genieten we meer dan een halfuur van onze wandeling, En wanneer we weer terug naar beneden gaan langs de gladde trappen, maakt Bram toch nog in zijn enthousiasme een slippertje, en neemt wat treden tegelijk. Maar Bram zou geen terriėr zijn, die kniest daar niet over. Hij loopt parmantig te zwaaien met zijn staart tot we weer binnen zijn. Antje |
||
| vorig verhaal | terug naar voorwoord | volgend verhaal |
| Heeft u ook een verhaal? Stuur uw vraag via verhalen@doggy.net |
|
Ziet u geen frame-versie? Klik hier voor de start pagina © BCM Best Communication & Management BV Commentaar over deze Site kunt u mailen aan onze webmaster |