Hondenverhalen
Black Jack...

Op een van onze dagelijkse wandelingen, deze winter, zag ik haar zitten. Nee. Niet direct, want er zaten allemaal merels en zwarte kraaien op het kleine grasveldje. Te zoeken naar voedsel, wat in deze tijd van het jaar, voor vogels en andere dieren met de vorst schaars te vinden is. Het enkele groene grassprietje, met daartussen de insecten zijn vaak het enigste voedsel, wat ze met deze koude nog kunnen vinden. Afijn, terwijl ik het pad op ga, begint Bram hard te blaffen, met in zijn blaf, dat ene speciale toontje, dat enthousiaste piepje, hoog en uitgelaten. Even rond gekeken zie ik niets anders als de zwarte vogels, wat in elkaar gedoken, van de kou, en van Bram. Bram gaat dan ook in een sluiphouding gaan staan, een houding, je kent het vast wel, staart recht omhoog, muisstil en op drie poten, met een poot naar voren gericht, klaar voor een aanval. Nu weet ik dat er bij Bram meer dan een kop en een staart aanzit, en dat hij dan iets wil. Zijn oerinstinct komt naar boven, Bram ziet een rat. Een zwarte rat, niet groot, maar ook niet klein. Zelf had ik het nog nooit gezien een zwarte rat. Even huiver ik, zo erg ben ik niet op deze wilde diertjes gesteld, en dan glimlach ik in mezelf, en denk, ach, buiten Ciska de rat hebben we hier ook nog Black Jack. Bram huivert helemaal niet, begint met zijn staart te zwaaien en schiet als een speer weg. Oei oei, weken heb ik Bram aangelijnd gehouden, en uitgerekend vandaag, nu Bram los is, eigenlijk verkeerd, want ik deed de verkeerde riem los, maakt Bram van deze gelegenheid meteen gebruik om de sloot in te vliegen. Een sloot waarop nog een dun ijslaagje ligt. Ik hou mijn hart vast, als dit maar goed afloopt. Black Jack is vreselijk snel, hij walst met zijn korte pootjes het ijs over en verdwijnt in een rioolbuis. Bram schuift er wijdbeens achteraan. Meer glijdend dan lopend. Beteuterd kijkt hij in het rioolgat en begint hard te blaffen. Ik probeer Bram naar me toe te lokken, maar Bram is even Oost Indisch doof. Pukkie had makkelijk door het gat gekund, om Black Jack achterna te zitten. Achteraf ben ik blij, dat Puk een echte koukleum is, en het ijs liever niet opgaat. Stel je voor, dat je hond in zo'n buis verdwijnt, die zie je van je leven nooit meer terug. De gedachte alleen al. Door met mijn sleutelbos te rammelen krijg ik weer aandacht van Bram, en meteen haal ik een frolic uit mijn zakken,,en ja, daar zwicht meneer voor, hij komt aangegleden over het ijs en probeert tegen de steile kans op te klimmen. Net bij zijn halsband kan ik hem pakken om te helpen hem op het pad te trekken, en laat hem ook niet meer los. Hup de slipketting over zijn kopje. Gedaan met de pret. Fout, want nu straf ik hem eigenlijk voor zijn komen, daarom knuffel ik hem nog eens extra en geef hem nog een stukje frolic. Maar los? Voorlopig even niet. Misschien is mijn vertrouwen in Bram nog niet genoeg gegroeid om dit te doen. Pukkie is daar heel anders in van karakter, die moet mijn voeten kunnen ruiken en blijft daarom meestal ook heel dicht bij me. Omdat het een echt schitterende dag is, rond het vriespunt en met een zonnetje, maak ik een lange toer, het riet langs de kanten staat me heerlijk toe te wuiven, de reigers vliegen op en af, onder het gekrijs naar elkaar, en de eenden en meeuwen, spreeuwen kraaien, zitten gezamenlijk te zonnen in de lege weides. Het lijkt wel of alles door dit zonnetje even uit de winterslaap wordt gerukt, en iedereen volop aan het genieten is van de kleuren en beweging op het polderland. De honden lopen wat te dollen en zijn het voorval met de zwarte rat alweer vergeten. Druk snuffelend, en Bram zijn geurvlaggen overal uitzettend gaan we weer naar huis. Wachtend op morgen, en kijkend wat die dag weer voor ons in petto heeft.

Adj.

vorig verhaal terug naar voorwoord volgend verhaal

Heeft u ook een verhaal? Stuur uw vraag via verhalen@doggy.net

Ziet u geen frame-versie? Klik hier voor de start pagina
© BCM Best Communication & Management BV
Commentaar over deze Site kunt u mailen aan onze webmaster