Hondenverhalen
Het karakter.

Ze was zo klein en pikzwart. Was haar wezen halen, met de auto, wel anderhalf uur rijden. In een deken gewikkeld keek ze me angstig aan, draaide haar klein lichaampje in een rolletje, probeerde warmte te zoeken, maar beefde. Ze bleef beven tot we thuis waren. Ach, dat hummeltje, ik had ze uit het warme nestje gehaald, ver van haar broers en zusjes, met alleen een stukje stof van het nest waar ze de eerste levensweken had doorgebracht. Terwijl ze op mijn schoot zat, klom ze even omhoog, om te zoeken naar de tepels van haar moeder. Naar het warme lijf en de vele donsvachtjes met wie ze eerst het leven deelde. Ze waren dan ook met elf. In zo'n nest heb je geen koude als pup. En nu, nu zat ze alleen bij mij op schoot, met heel vreemde geuren, en niets vertrouwds, enkel dat stukje stof, van nog geen vijftig vierkante centimeter. Thuis gekomen moest ze eerst de koude regen door om in de warme huiskamer te komen. Ze kroop weg onder een kast, helemaal in elkaar gedoken, en wilde niet in de nieuwe mand, waar toch een zacht wollen dekentje in lag. Van angst en koude plaste ze waar ze stond. Boem! Een pantoffel werd naar haar kleine kopje gesmeten, want dat moest ze maar direct afleren. Met grote gvd's werd er op een luide toon gezegd, een hond? Oké, maar het eerste van vuiligheid wat ik van haar vind, verdwijnt ze weer net zo vlug als dat jij ze hebt binnen gehaald. Zij werd alleen maar angstiger, en ik besefte dat ik als beschermvrouw voor haar moest opkomen. Dat is ook heel haar leventje zo gebleven. 's Nachts stopte ik haar in haar mandje, dekte haar toe met het zachte wollen dekentje, en wachtte tot ze ging slapen. Ze was moe, en van al de veranderingen in die paar uurtjes die ze als pup van amper acht weken moest meemaken, viel ze in slaap. Zachtjes verliet ik de kamer en ging ook slapen. Op een oor luisterend naar haar. Nog geen uur later, begon ze klagelijk te piepen. Laat maar, dacht ik. Ze wordt wel moe, en zal zo wel in slaap vallen. Maar het piepen bleef aanhouden. Dat kon ik niet aanhoren, hield me ook wakker, dus verhuisde ik heel de boel maar naar de slaapkamer. Ze rook aan mijn handen, likte ze even als teken van iets van herkenning, en rolde haar weer op. Het kopje op de rand van haar mandje en mij nauwkeurig in de gaten houdend dat ik toch wel bij haar in de buurt bleef. Wanneer ik mijn blik afwende, liet ze zich horen door het klagelijk gepiep. Het vertederde mij, en ik nam haar uit het mandje, bij me in bed, zodat ze zich lekker in mijn schoot kon nestelen. Ik heb haar de hele nacht niet meer gehoord. De volgende morgen, nam ik haar op, ging de trap af en zette haar in de tuin. Direct plaste ze, snuffelde even rond en kwam ze weer op een holletje teug naar mij. Van hem moest ze niets weten, ze had de keuze op mij laten vallen als baas. Later begon ze hem ook te aanvaarden, maar als ik in de buurt was, bleef ik nummer een voor haar. Wanneer hij gedronken had, en zijn stem dan meestal verhief kroop ze altijd achter mijn benen, of zocht ze een plaatsje waar ze zich veilig waande. Voor harde geluiden, ploffen, of vallende dingen is ze altijd bang gebleven. Voor het overige heeft ze haar goed aangepast, en ik kon veel liefde aan haar kwijt, en zij aan mij. Ze genoot wanneer we naar het strand gingen of lange wandelingen maakte over de stadswallen. In de polder renden en rausde ze achter de eenden, hazen konijnen, fazanten of patrijzen, en had ze de meeste schik. Op haar hondenpaspoort stond Lady, maar ik riep altijd Pukkel, Pukkie of Pruts. En als ik riep, kwam ze ook meteen aangerend om me uitbundig te likken en te begroeten. Behalve die laatste dag. Hij had weer gedronken en brulde weer dat we zonodig moesten gaan wandelen. De hond was belangrijker dan hem, dacht hij. Ze kroop onder de keukentafel, kon haar net pakken en aanlijnen. Eenmaal buiten werd ze weer wat rustiger en op het pad kon ik haar weer loslaten. Ze snuffelde overal en had geen haast. Na onze ronde wist ze dat ik haar weer zou aanlijnen, ze liep weg en ik liep daarom nogmaals een rondje. Ze was heel fijngevoelig voor de stemmingen thuis, en was daardoor vaak gestresst. Half weg lijnde ik haar nu aan, en thuisgekomen maakte ik haar bij de voordeur weer los. Dat was mijn grootste fout van mijn leven. Hij hoorde de deur open gaan en riep vanaf boven: Zijn jullie daar eindelijk, kom je nog een thuis! Ze draaide haar om, en in een sneltreinvaart was ze verdwenen. Ik zag haar net een nieuwbouwpand in lopen en ging haar achterna, het was donker en ik hoorde haar scharrelen. Ineens hoorde ik een zware plof.Ik riep en voelde een koude rilling door mijn lichaam. Er werd niet gereageerd op mijn roepen. Nu voelde ik dat het goed fout zat. Ik herinnerde mij de diepe kelder die daar open en bloot in het midden van het pand lag. Met vrienden en een zaklantaarn zijn we gaan zoeken, midden in de nacht. En daar lag ze, nekje gebroken. Ik nam haar op, wiegde ze in mijn armen, probeerde nog wat leven in haar te blazen, maar niets bewoog meer in haar warm lijfje. Haar tongetje lag half uit haar bekje en haar mooie donkere ogen waren alsof er een mat glas overheen getrokken waren. Ze keek me aan met een gebroken blik. Ik voelde me zo schuldig, net of ik haar vermoord had. Mijn kleine meisje, tien jaar heb ik van je mogen genieten, elke dag weer. De mooiste momenten in mijn leven heb ik met haar gedeeld. Geen enkele hond zal haar ooit kunnen vervangen. Ik heb haar in een doosje gelegd, op het zachte dekentje, met het stukje stof van nog geen vijftig centimeter, Een bos witte rozen, en op haar vachtje, wat nog steeds zo zwart glansde, lag een zilveren traan van mij. Ze is er niet meer, maar in mijn hart blijft ze voor mij nog altijd nummer een,zolang ik hoop te leven.

Alie

vorig verhaal terug naar voorwoord volgend verhaal

Heeft u ook een verhaal? Stuur uw vraag via verhalen@doggy.net

Ziet u geen frame-versie? Klik hier voor de start pagina
© BCM Best Communication & Management BV
Commentaar over deze Site kunt u mailen aan onze webmaster