| Hondenverhalen |
|
Vlekje.
Witje had zich al helemaal ingeburgerd. Het hele huis had hij gemarkeerd, en wanneer ik het schoon poetste markeerde hij dat weer in een minimum aan tijd. Het was onbegonnen werk. De ramen en deuren stonden dan ook veel open om de katergeur weg te krijgen. Het heeft me een klein kapitaal aan spuitbussen met verfrissing gekost. De kattenbak gebruikte hij dan ook sporadisch. Liever ging hij de tuin in, en zindelijk zoals het een kat beaamt, nog liever in de tuin van de buren. Of deze daar blij mee waren, heb ik nooit gemerkt, en zij nooit vertelt. Ze hadden zelf ook poezen, misschien dat ze daarom wel een grote tolerantie hadden. Zo groeide Witje tot een grote reuze witte kater dat zijn naam ook snel deed veranderen in "de Witte." De trots straalde gewoon van hem af. Hij deed alles met een volmaakte gratie, liep statig heen en weer als was hij van koninklijke adel. Zijn staart stond meestal fier rechtop, en wanneer hij bejegend werd door andere katers, maakte hij deze twee maal zo dik. Hij koos zijn eigen vrienden en vriendinnen. Of het nu om mensen of katten ging. Zijn sterke wil maakte hem ontzettend eigenwijs, luisteren kon hij niet, slechts bij uitzonderingen kwam hij als ik riep. Hij kwam als het hem uitkwam, anders kwam hij gewoon niet. Hier moest ik maar mee leren leven. Niet hij. Behalve wanneer hij hoorde dat ik met een vork op zijn bordje tikte, zijn gehoor was bijzonder goed. Dan stond hij wrijvend met zijn lichaam tegen mijn benen, en gelijktijdig kopjes te geven. Een echte man die zijn bazin staat te verleiden. Tenslotte betekende dit geluid ook eten. "De Witte" was erg sociaal, vooral tegenover het vrouwelijk geslacht. Op een regenachtige dag nam hij ze gewoon mee. Een gevlekte lapjes kat, rood, bruin, wit en zwart. Ze was klein en haar snoetje was aan het neusje spierwit. Het leek wel of ze me toe lachte. Weer een kat, dacht ik, dat gaat mooi niet door. Met Witje heb ik genoeg en twee katers lijkt me maar niks. Wat Vlekje hiervan dacht, heb ik nooit geweten, maar ze was de vriendelijkste kat die ik ooit gezien heb. Met haar kopje wreef ze als ze kans ook maar even kreeg tegen mijn benen. Natuurlijk kon ik het niet laten van haar even op te tillen. Dit kleine mollige gevlekte ding. Ik gaf haar wat melk, en liet ze mee eten. Tenslotte had ze de uitnodiging van Witje niet voor niets aangenomen, en na haar diner bonjourde ik haar weer naar buiten. Ik wist niet waar ze vandaan kwam, maar onverzorgd zag ze er beslist niet uit. Helemaal niet, ze was zo dik als een pad en zo rond als een tonnetje. Hoe ze naderhand weer binnen geglipt is mag Joost weten. De volgende dag vond ik haar in de woonkamer onder het bankstel. En niet alleen. Ze had een kitten geworpen. Ze zag er helemaal niet goed uit. Vermoedelijk had ze een zware bevalling gehad, en lag ze nog wat te bekomen. De doos met truien die nog steeds in het schuurtje stond ben ik maar wezen halen. Daar plaatste ik Vlekje in en haar kitten. Dankbaar keek ze me aan en likte mijn hand. Hoe kon ik haar nu buiten zetten in de koude met een kitten van een paar uren. Goed ik had dan beslist om haar kraamtijd hier te laten houden, maar daarna mocht ze weer gaan van waar ze gekomen was. De Witte hield streng de wacht, en ik had een sterk vermoeden dat hij de vader was. Alleen kon dit niet, omdat hij een je weet wel kater geworden was. Met hun drietjes hadden ze het knus, en niemand die dit pril geluk nog kon verstoren. De kitten was een grijs/zwart gestreept poesje dat al snel Tijger genoemd werd. Zo zat ik in nog geen vier maanden tijd met drie katten opgescheept. Tijger klom in de gordijnen, zat in een mum van tijd overal waar ze niet moest zijn, en maakte van mijn woonkamer een groot pretpark. Ze kreeg het zelf zover, dat ik de kast, waar het servies in stond, moest leeghalen. Om deze te verschuiven, ze was eronder geraakt, en kon niet meer terug. Inwendig was ik laaiend op dit donders katje. Haar naam was ook beter dondersteen geweest! Wel was ik jaloers op haar lenigheid. Als een topatlete maakte ze turnoefeningen die mij zweet en tranen gekost zouden hebben. Zij niet, zij deed alles met de meest soepele bewegingen. Het stoute smoeltje, de liefdes volle blikken van Vlekje. De vaderlijke berispingen van ondertussen "de Witte" deden me besluiten ze toch een huis aan te bieden. Ik bezweek er weer voor, en van afstand doen moest ik niets meer weten. Tenslotte waren ze niet moeilijk en moest je er niet voor thuis blijven. Niet zoals voor een hond bedoel ik. Zo begon mijn veestapel onverwachts aan te groeien, met de twee kanaries die veilig in een kooi zaten te fluiten. Nou ja, veilig, Tijger kon overal op, dus ook aan deze kooi. Hij werd gepikt door een van de twee en heeft deze truc nooit meer herhaald. Wel een half jaar had ik deze drie katten en als beloning kreeg ik een huiselijke sfeer. Zo ging ik me ook hechten aan deze dieren. Groot was dan ook mijn verdriet, dat "de Witte" tegen een auto was gelopen. Het was een pracht kater, en ineens was het over. Ook dit zou niet lang meer duren, want kort nadat "de Witte"was verongelukt, liep er alweer een andere kater ongevraagd mijn huis binnen. Antje |
||
| vorig verhaal | terug naar voorwoord | volgend verhaal |
| Heeft u ook een verhaal? Stuur uw vraag via verhalen@doggy.net |
|
Ziet u geen frame-versie? Klik hier voor de start pagina © BCM Best Communication & Management BV Commentaar over deze Site kunt u mailen aan onze webmaster |