Hondenverhalen
Casper.

Casper, hij was de vervanger voor Witje.Een echte bedelaar en hij zag er vies en vuil uit. Hij had iets weg van een pers, of een angorakat, gekruist met een huis tuin en keukenkat. De eerste keer dat ik hem ontmoette was ik bezig met mijn was op de lijn te hangen. Zijn kop kwam voorzichtig buiten de schuurdeur, en ik had een vaag vermoeden dat hij hier al meer in geweest was. Mijn "binnen"katten, kwamen wel eens buiten, maar grotendeels bleven ze in mijn huis. Het zijn tenslotte ook verwende " nesten" geworden. Waar Casper vandaan kwam, daar had ik een flauw vermoeden van, maar zeker weten deed ik het niet. Twee oude vrijgezellen, die een benzinepomp en een soort keuterboerderijtje hielden, hadden van dit soort katten. Niet voor hun gezelligheid, maar voor muizen te vangen. In mijn binnenste was ik er dan ook stellig van overtuigd dat deze katten niet te veel eten kregen dan wat of ze zelf vingen. Of misschien dat ze het keukenafval kregen, dat ik elke dag in een emmertje bracht, overschotten van uit mijn restaurant. Weggooien van eten vond ik nog altijd zonde, en zolang er beesten van konden eten gaf ik het dan ook liever weg. Voor de varkens. En de gebroeders beloofden toen, dat mijn dochter met Kerst iets zou krijgen. De gierigaards! Ik vergeet het nooit. De dag voor Kerst stuurde ik mijn dochtertje zelf. En jawel ze had "iets"gekregen, een pakje kauwgum van de Gulf met twee stukjes kauwgom erin. Nou ja. Begrijpelijk dat dit kind toen teleurgesteld was. Casper liep wel eens mee met haar. Dan gaf mijn dochter hem een schoteltje melk en vertrok hij weer huiswaarts. Maar deze keer niet. Casper zat al een dag of tien in mijn schuur. De brokjes die ik daar plaatste voor mijn katten, verdwenen in de verkeerde maag. Wat zag dit beest er uit. Hij had een groot etterig gezwel onder aan zijn kin, zat onder de vlooien en klitten en liet zich niet pakken. Wat moest ik hier mee? Binnen moest ik hem niet, de vlooienbal, en mijn katten bij hem in de buurt zag ik ook niet zitten. Liesbeth, een vriendin van mij, is dierenarts, ik belde haar en vertelde het verhaal over Casper. Och meid, zei ze van de week kom ik ff langs, morgen al, ik moet toch in de buurt zijn daar. Dan kijken we samen wat we kunnen doen. In overleg met de dierenarts hebben we toen een kleine bench in de schuur gezet. Met daar wat eten in. Wanneer hij het een beetje gewend was, konden we de bench sluiten en kon ze kijken wat het gezwel was. Na drie dagen hadden we Casper te pakken. Na onderzoek, wat ik overigens nooit heb moeten betalen, bleek het een goedaardig gezwel te zijn, waarschijnlijk ontstaan door een vechtpartij. Hij werd gesteriliseerd en gescheerd. Liesbeth was dol op deze kater en hield hem drie dagen bij haar thuis. Toen ik Casper terug kreeg was hij niet meer te herkennen. Een zielig hoopje kat. Hij beefde over zijn lichaam, was ook ingespoten voor de vlooien, dus besloot ik hem een warm bad te geven. Bij het drogen van Casper zijn lijfje kreeg ik een grote uithaal van hem. Ik was echt kwaad, deed van alles om hem weer goed te krijgen en hij haalde naar me uit! Ik gaf hem een draai om zijn oren, hij keek me aan, en is sinds die tijd altijd aardig tegen me gebleven. Naderhand is zijn prachtige vacht weer aangegroeid, hij was beige van kleur met zwarte sokjes. Een heerlijke kater die lag te spinnen wanneer hij gekamd en geborsteld werd. Hij liet ook voelen aan de poezen die de baas in huis was. Hij dus. Want dominantie was hij niet verleerd. Hij nam bezit van onze tweepersoonsbank alsof het zijn eigendom was. En `s nachts lag hij op het voeteneinde van ons bed. Zo verving Casper het verlies van Witje een beetje. Hij was een trotse je weet wel kater, heel ijdel en was dan ook bijna de hele dag bezig met het toiletteren van zijn bontjas. Nog één keer heeft hij een gevecht geleverd, tegen zichzelf. Hij zat op bed en keek in de spiegel van de kast. Daar zag hij zijn evenbeeld zitten, kromde zijn rug, zette zijn haren rechtop en vloog de spiegel aan. Een harde klap was het gevolg. Verdwaasd lag hij rond te kijken, maar herstelde zich wonderbaarlijk snel. Weer sprong hij het bed op en wilde weer aanvallen. Ik nam hem op, liet hem ruiken aan de spiegel, hij drukte zijn neus zowat plat, en keek heel vreemd naar mij. Hij begreep er niets van. Dat de spiegel een hard voorwerp was heeft hij wel begrepen, hij draaide voortaan zijn kop naar de andere kant. Nooit heb ik hem dit meer zien doen. Mijn katten verdwenen een voor een op een mysterieuze wijze. Elke keer had ik hier verdriet van. De straat zat vol kattenhaters, duivenliefhebbers. Daar is geen kruid tegen gewassen. Toen heb ik voor mezelf het besluit genomen om geen katten meer te houden. En ben ik een "honds" leven begonnen. Spijt? Ach soms wel. Een kat en een hond kun je nu eenmaal niet met elkaar vergelijken. En wat wel waar is, met honden beleef je meer dan met katten. Omdat je ermee naar buiten moet. Weer of geen weer. Maar mijn "katten"blijven altijd een liefdesvol plaatsje in mijn hart behouden.

Antje

vorig verhaal terug naar voorwoord

Heeft u ook een verhaal? Stuur uw vraag via verhalen@doggy.net

Ziet u geen frame-versie? Klik hier voor de start pagina
© BCM Best Communication & Management BV
Commentaar over deze Site kunt u mailen aan onze webmaster