Hondenverhalen



Twee dikke vrienden..

Het zal ongeveer een jaar of tien geleden zijn dat er bij me werd ingebroken. Zomaar, rond een uur of drie 's nachts. Ik hoorde lawaai beneden, en lag verstijfd van angst in mijn bed. Plotseling moest ik waarschijnlijk van de angst ,hoognodig naar het toilet. Gelukkig had ik ook een toilet boven, dus dat gaf niet al te veel problemen. Vlug een plasje, en doortrekken. Ik denk dat de inbrekers het water door de leidingen hebben horen lopen, en ze waren op slag weg. Veel was er niet gestolen, enkel een barkruk en wat sloffen sigaretten. Het beveiligen van mijn huis bleek dus niet afdoende te zijn, want de raamlatten waren er gewoon uitgenomen, twee zuigers op de ruit van de achterdeur, de dievenklem omdraaien, en hup, een makkie van -stap maar binnen-. Ook dat gaf mij dus geen veilig gevoel. Er moest daarom maar een waakhond komen.

Nu waren er pas klanten geweest die een nest met jonge puppies hadden. De moeder was een dobberman, de vader een prachtige koningspoedel. Ik zou dus eens komen kijken, Als waarschuwing kreeg ik wel mee, dat als je een hond in huis nam, dat je er voor jaren aan vast zat. Zo'n beest moest minstens tweemaal per dag naar buiten, moest eten en drinken, en ook opgevoed worden. Als waakhond, uiteraard. Toen de puppies half November acht weken oud waren, kon ik er een gaan uitzoeken. Van allerlei klanten had ik goede aanwijzigingen meegekregen hoe je zo iets wel moest doen. Ze waren alle negen even vertederend. De teefjes waren zwart en de reuen waren bruinachtig naar het rossige toe. Ik koos voor een teefje. Die zijn meestal wat aanhankelijker dan de mannetjes. De keuze werd al snel kleiner, want er waren maar drie teefjes in het nest. Ze keken me allemaal met hun baby oogjes aan, zo dat ik ze het liefst alle drie meegenomen had. Een voor een knuffelde ik ze en liet ze even aan mij snuffelen. De kleinste van het nest, ook een teefje liep snel weg. De twee andere keken me niet meer aan en hadden meer belangstelling voor elkander dan voor mij. Het lelijke scharminkel zat een eindje van me vandaan, juist toen ik me bedacht om toch maar een mannetje te nemen.. Die waren tenminste wat meer uit de kluiten gewassen, en zouden meer angst inboezemen dan die kleine vrouwtjes. Wat keek ze me verwijtend aan ,dat ene kleine schrandere hondje. Ik was meteen verkocht, en voelde dat juist dit beest zoveel liefde en aandacht nodig had. Ze zag er echt mismaakt uit. Haar poten waren veel te hoog, vergeleken de rest van haar lichaam ,en haar kopje leek meer op dat van een gremlin dan van een hond.

Wanneer ze haar oren spitste leek het wel een kop van een vleermuis. Nee, een echte schoonheid kon je haar niet noemen, ze was bij het lelijke af. Nooit had ik verwacht, dat ik zoveel vriendschap van haar zou ondervinden. Overal waar ik ga of sta, is ze bij me. Een waakhond is het niet echt geworden, ik moet meer over haar waken, want van harde geluiden is ze doodsbang. Als het bijvoorbeeld onweert weet ze niet waar of ze moet kruipen. Dan zoekt ze de warmte op bij mij en kruipt ze zo dicht als ze kan, tegen me aan. Ze rilt dan over heel haar lijf, en dan kost het me de grootste moeite om haar weer tot rust te krijgen. Luisteren kan ze ook alleen maar, wanneer het haar zelf zint. Ze is zo eigenwijs als een kat. Ze luistert zelfs niet naar haar naam. Omdat ze zo klein bleef, werd ze ook steeds van naam veranderd, Puk, Pukkie of Pukkel. En dat is zo gebleven, al die tien jaren, dat ze nu al bij me is. Maar ze kan lopen als een haas, en ze is zo trouw als het maar kan zijn. Op de lange wandelingen die we samen maken, stapt ze altijd heel parmantig mee, en ze is nooit moe. Wanneer ik verdriet heb, komt ze me troosten, dan likt ze mijn voeten, mijn handen en mijn gezicht. Ze is nooit kwaad, en altijd door het dolle heen, als ik even ben weg geweest en weer terug komt. Ze is nooit ziek en nooit veel eisend. Ze blijft op de achtergrond tot ik tijd heb voor haar, en af en toe, wanneer ze eens een vreemd geluid hoort, dan gaat ze blaffen of grommen. Zelfs dan is ze zo rustig, dat ik er bijna niet op reageer. Dan roep ik, dat ze moet komen, maar soms blijft ze doorblaffen, en moeten we zelf gaan kijken wat er beneden gaande is. Wij gaan dan eerst de trap af, en wanneer alles dan veilig blijkt te zijn komt ze ook eens kijken. Nee. Een echte waakhond is ze niet. Maar ik zou ze voor geen goud geld willen missen. Ze is veel trouwer dan de mens, en ze is er altijd. Mijn eigen waakhond, mijn Pukkie. Mijn eigen kleine "droedel"

AdJ
week 2



Heeft u ook een verhaal? Stuur uw vraag via verhalen@doggy.net


terug

Ziet u geen frame-versie? Klik hier voor de start pagina
© MarGe - Professional Internet Solutions
Page Design and Hosting by MarGe - Professional Internet Solutions
Commentaar over deze Site kunt u mailen aan onze webmaster
Laatste wijzingen 1 februari 2001