KNISPERTJE, KNASPERTJE, CASPERTJE.Zo noemen veel mensen onze kleine Casper. Deze titel heeft hij te danken aan de periode dat wij moesten evacueren vanwege het hoge water in de Betuwe. Wij kwamen met z'n allen bij voor mij toen volslagen onbekende mensen terecht in Lekkerkerk, wiens zwager destijds een poedel bij mij had gekocht. En zo rolt dan het balletje.Casper was het absoluut niet met deze tijdelijke situatie eens en manifesteerde dit door zich te gedragen als een nog veel erger meutje dan hij thuis al was. Het enige wat hij wilde was bij mij op schoot zitten, het liefst de hele dag. Nu trof het dat ik daar die tien dagen aardig de tijd voor had, dus werd hij door iedereen die op bezoek kwam uitgebreid op mijn schoot beklaagd en in slaap gesust. Er bleef echter een probleem; Casper weigerde categorisch iedere vorm van voedsel. Of ik het nu vriendelijk vroeg of boos werd, het maakte allemaal geen indruk op hem. Op een middag kwamen er weer wat mensen bij ons kijken of de honden inmiddels een beetje gewend waren aan hun tijdelijke onderdak en ik vertelde ze van de "hongerstaking" van Casper. Een van de heren stond op en liep naar Casper toe, die uiteraard weer de voorbeeldige onschuld speelde op mijn schoot. Ik gaf hem wat brokjes in zijn hand en de heer in kwestie begon een lang verhaal tegen Casper op de manier zoals je tegen een baby praat. Op een goed moment hield hij een brokje boven zijn neusje en zei: "Knispertje, knaspertje, voor Caspertje", en dat viel blijkbaar in goede aarde bij meneer Casper, want hij nam het brokje van hem aan. Vanaf dat moment is Casper gaan eten, met als stok achter de deur: Knispertje, knaspertje, voor Caspertje, want anders moest die muts het natuurlijk weer niet. Zoals ik u al vertelde, is Casper in het dagelijks leven een echt meutje. Als ik de haren uit zijn oren moet trekken dan staat hij al te gillen als ik zijn oor maar vastpak. Maar het ergste is het als ik aan zijn oogjes wil komen. Hij heeft daar iedere twee dagen wat opgedroogd vuil in de hoekjes zitten en dat wil ik er dan even met mijn nagel afhalen. Maar denkt u nu maar niet dat hij dat toelaat, nee, dan gaan we samen in gevecht en gilt hij moord en brand. Op een kwade dag was ik deze lichamelijke discussie zo verschrikkelijk zat, dat ik hem op de grond heb gedeponeerd (zachtjes natuurlijk), zijn voorpoot heb gepakt, die over zijn ooghoek heb gewreven en hem daarbij heb verteld dat hij nu voortaan zelf zijn oogjes maar moest doen. Want het eigenaardige in het geheel was, dat hij wel 's avonds altijd naar mij toe kwam om te vragen of ik zijn oogjes wilde doen, maar als het eenmaal zo ver was dan moest het opeens weer niet en daar had ik zo langzamerhand flink de balen van. Ik heb hem hier een dag of vier onderricht in gegeven en zowaar, de vijfde dag kwam hij tegen mij aan staan en wreef zeer uitgebreid met zijn voorpoot over zijn ogen, hij wisselde zelfs van poot. Ik hoef tegenwoordig maar tegen hem te zeggen: "Casper kan zelf zijn oogjes doen", en hij begint direct met zijn voorpoten over zijn oogjes te wrijven en als het niet helemaal lukt dan komt hij naar me toe om te vertellen dat ik de rest maar moet doen. Ik neem hem dan op schoot en wrijf met zijn eigen voorpoot over zijn ogen en dan doe ik stiekem mijn nagel eronder. De ene keer trapt hij erin en de andere keer heeft hij het in de gaten en gilt het hele huis bij elkaar. Casper is en blijft een bijzonder wezen. Toen hij drie jaar was heeft de dierenarts een meisje van hem gemaakt omdat hij altijd blaasgruis had. Hij is zeer trots op zijn nieuwe plasgaatje en toont dit ook zeer veelvuldig aan de andere poedels en uiteraard ook aan mij. Hij gaat dan in de kamer of als er zon is buiten op straat uitgebreid op zijn rug liggen wachten tot ik langs kom lopen. Ik buig me dan over hem heen en aai hem over zijn nieuwe gaatje. Hij heeft destijds besloten dat ik dit twee keer moet doen en na de tweede keer springt hij op en rent als een dolleman weg. Als zijn broer komt logeren dan is hij zo pisnijdig dat hij de eerste drie dagen dusdanig loopt te grommen en te snauwen naar broerlief, dat hij dagen later nog loopt te hoesten en te kuchen doordat zijn keel rauw is gegromd. Zijn broer heeft er volkomen maling aan en loopt uitdagend naar Casper te kwispelen alsof hij hem duidelijk wil maken dat het allemaal geen indruk op hem maakt en hij hem maar een kleine driftkikker vindt. M.K. de K., 12 augustus 1999 |