Sinds jaren sneeuwde het weer eens in december en zoals het altijd gaat hier in Holland is het vriezen of dooien en het sneeuwden behoorlijk, al twee dagen lang onafgebroken. Op het platteland waren er al problemen gerezen, mensen die niet meer bij de winkels konden komen en daardoor bevoorraad moesten worden. Vooral nu, omstreeks de kerstdagen, werd er haast gemaakt om de mensen in de afgelegen gebieden te voorzien van genoeg proviand om in ieder geval een prettig kersttijd tegemoet te kunnen zien. Ons verhaal speelt zich echter af in de grote stad van Amsterdam, die vooral door de vele sneeuwval een gemoedelijke aanblik gaf. Het geluid van het verkeer werd door de sneeuw gedempt en ondanks dat de gemeente erg haar best deed om de straten en wegen begaanbaar te houden was het vechten tegen de bierkaai en zag de stad er romantisch en schoon uit , bedekt onder een wit laken kwam de nostalgische schoonheid van de hoofdstad nog meer tot haar recht. 5 uur, weer tijd om naar huis te gaan dacht Dirkje en ze begon haar bureau op te ruimen. Dirkje was niet echt blij, de Kerstdagen stonden voor de deur en dat maakte haar nog neerslachtiger dan ze al was. Wat had het allemaal voor zin om feest te vieren, wat hield kerst helemaal in. Vrienden had Dirkje niet meer, ze had het vertrouwen in de medemens al een lange tijd geleden verloren en door haar neerslachtige gedrag vond niemand het meer prettig om met haar om te gaan en meden de meeste mensen haar. Pitou haar kleine Yorkshire Terriër begon al rusteloos in het rond te lopen en zo nu en dan keek ze blij op naar haar vrouwtje om te zien of ze al zover was om haar het riempje om te doen. Na een minuut of vijf was Dirkje klaar en ze gespte het halsbandje om het fragiele nekje van haar hondje die geen moment stil zat van enthousiasme. Dirkje glimlachte om dit gedrag en was zoals menig keer jaloers dat zij niet net zoals Pitou de vreugde inzag van de kleine dingen in het leven . Na iedereen met een wrange glimlach op haar gezicht prettige feestdagen gewenst te hebben vertrokken ze. Het was geen nare wandeling, twee maal daags door het park, je kon het slechter treffen. Pitou hield hier niet zo van, menig keer werd ze belaagd door een grote loslopende hond die nieuwsgierig zijn grote neus tussen haar prive-delen stak, dus iedere keer als ze vlak bij de ingang van het park waren hield ze in en ging ze op haar gatje zitten. Dit had geen enkel nut want na een vriendelijk woord of een vermaning voelde zij zich toch weer verplicht gedwee mee te lopen. Het park lag er prachtig bij, de bomen waren topzwaar van de sneeuw, het licht van de lantaarns scheen bleek over de paden en voor een ogenblik waande je je in een verhaal van Anthon Pieck. De sneeuw knarsten onder je schoenen en zelfs Pitou was zich van geen gevaar bewust, zij kreeg een aanval van levenslust van heb ik jou daar en begon te trekken aan haar riem blijk gevend van een behoefte om het witte laken eens flink door elkaar te schudden. Dirkje keek om zich heen, er waren niet veel mensen vandaag in het park dus ook, zover zij kon zien, geen andere honden, "Wil je even los dan?" vroeg Dirkje en zij bukte om het showlijntje weer van het fragiele nekje af te nemen. Zodra Pitou de vrijheid proefde schoot zij het met sneeuw bedekte grasveld op en rolde door de verse sneeuw, ze stond weer op, schudde zich flink uit en nam een spurt naar een bankje waar een prullenmand, die voorheen keurig met een paal verbonden was geweest, nu op de grond lag half begraven onder de sneeuw. Vlak voor Pitou de prullenbak bereikte stond ze plotseling stil en haar lichaampje verstrakte, een diep gegrom kwam uit haar keel. Dirkje aanschouwde dit toneel met plezier en liep in de richting waar Pitou zich bevond. "wat is er meissie," zei ze vriendelijk, ben je geschrokken van het een of ander? Dirkje bukte zich en keek in de richting waarop Pitou haar aandacht gevestigd had. Wat was dat? Vroeg Dirkje verbaasd ?? Diep verborgen in het struikgewas zag ze iets bewegen maar ze kon niet goed zien wat het was, het leek op een hoop vormeloze oude vodden, een zacht gekreun was nu hoorbaar. Dirkje vond het griezelig om in de struiken te duiken maar wilde ook niet hier aan voorbij gaan zonder te weten of ze misschien kon helpen. "hallo," riep ze zacht in de richting van de vormeloze hoop vodden, "wie is daar?" Direct nadat ze dit vroeg begreep ze dat dit niet een van haar meest intelligente vragen was, je kon moeilijk verwachten dat er nu iemand uit de struiken gerend kwam om zijn kaartje te overhandigen. Maar ja deze situaties zijn niet alledaags dus wat zeg je op zo'n moment? Het gekreun werd wat luider maar voor de rest niets, Dirkje keek om zich heen of er misschien iemand in de buurt was die haar bij kon staan maar helaas het was een van die avonden waarop niemand zich buiten scheen te wagen ook al was het pas half zes. Ze moest het alleen klaren, voorzichtig liet zij zich op haar knieën glijden en ze stak haar hoofd onder de struiken, gelukkig scheen er van de andere kant enig licht op de plek waar de vormeloze vodden lag anders had ze alleen maar in het duister kunnen voelen en dat was niet waar Dirkje met plezier aan dacht. Toen haar ogen aan de duisternis gewend waren werden deze groot als schoteltjes, in het struikgewas, diep weggedoken in een berg van jutten zakken zag Dirkje een soort lelijke kabouter zitten met een gore lange baard, het was meer een vieze trol dan een kabouter. Er kwam haar een vieze lucht tegemoet en voor ze was bekomen van haar verbazing veerde de kabouter op rende onder de struiken vandaan greep Pitou die nog steeds verstijfd stond te grommen, en stopte haar razendsnel in een van de jutten zakken die hij met zich meesleepte, hij gooide de jutten zak over zijn schouder en zetten het op een lopen Dirkje zat nog steeds met een verbaasd gezicht het gebeuren gade te slaan tot ze eindelijk besefte wat er gebeurde, ze sprong op en zette de achtervolging in. De kabouter scheen geen last te hebben van de sneeuw en verdween snel uit het zicht. Dirkje viel menigmaal maar voelde niets van de schaafwonden en ze snelde voort in de richting waarin de kabouter verdwenen was. In dit deel van het park was ze nog nooit geweest en terwijl de angst voor het onbekende haar om het hart sloeg rende ze hard door bang het spoor van de trolbouter bijster te worden en haar Pitou nooit meer terug te zien. De sporen van kabouter leidde naar een dik struikgewas en zonder aarzelen dook Pitou er in. Tot haar verbazing belandde ze nadat ze zich door de dikke bos takken had gewrongen in een soort grot, in de verte hoorde ze water kletteren en de frisse vrieskou was hier vervangen door een klamme warmte. De geur die ze in haar neus kreeg deed haar denken aan de geur die zij opving toen ze haar hoofd in het struikgewas stak om te zien wat daar in verborgen zat. Ze spitste haar oren en ving het geluid op van stappen die zich verwijderden aan de linkerkant van de grot in een soort tunnel en ze zette de achtervolging in. Toen Dirkje een meter of 100 de tunnel was ingelopen kon zij geen hand meer voor ogen zien. Gelukkig had ze haar trouwe knijpkat in haar jaszak zitten, een klein handig zaklampje dat door middel van een ingebouwde dynamo altijd licht gaf door in het handvat een knijpende beweging te maken. Het vale licht van de zaklamp danste over de wanden van de tunnel die uit klei en stenen leek te bestaan. Het zacht zoemende geluid van de knijpkat was het enige wat er te horen was, de voetstappen van de kabouter kon Dirkje niet meer waarnemen. Ze voelde een lichte paniek in zich opkomen en liep voorzichtig verder de flauw afdalende tunnel in. Na ongeveer 500 meter te zijn doorgelopen zag Dirkje dat de tunnel een flauwe bocht naar links maakte, ze voelde onder haar schoenen dat de modderbodem langzaam overging in een harde rotsachtige bodem. De tunnel werd steeds nauwer en Dirkje moest gebukt gaan lopen om niet haar hoofd te stoten tegen de puntige rotsen. Weer bleef ze stil staan en luisterde......heel ver boven haar hoorde ze een tram met snerpende wielen de bocht om gaan. Als ik mij niet vergis moet ik nu ongeveer onder de Overtoom zijn, dacht Dirkje, ze scheen met de zaklamp om zich heen en verwonderde zich dat er een grot was in het Amsterdamse Vondelpark die nog nooit was ontdekt. Dirkje liep verder en kwam bij een scherpe bocht naar rechts......verschrikt bleef ze staan. Heel in de verte zag ze licht......gauw deed Dirkje de zaklamp uit en liet hem verdwijnen in haar jaszak. Ze luisterde en het leek weel of ze heel in de verte gezang hoorde. Heel behoedzaam liep ze verder en de lichten werden steeds duidelijker, het was geen gewoon licht maar het leek wel of er miljoenen gekleurde lampjes branden, Onbewust moest Dirkje toch toegeven dat haar angst plaats begon te maken voor bewondering en geen gewone bewondering maar een betoverende bewondering. De tunnel werd steeds nauwer en de lucht die Dirkje's neus in het park deed prikkelen werd steeds sterker en sterker. Voetje voor voetje en bijna op haar hurken schuifelde ze verder, het gezang wat zij hoorde werd sterker en het leek wel of het vermengd was met vrolijk hondengeblaf. Dat lijkt Pitou wel, dacht Dirkje, en haar hart begon sneller te kloppen. Het angstgevoel ebde langzaam weg en om de een of ander reden begon Dirkje toch nieuwsgierig te worden naar het vreemde rustgevende gezang en het betoverende licht. Langzaam schuifelde ze naar het eind van de tunnel Dirkje schatte dat ze ongeveer een kilometer moest hebben gelopen sinds ze in de tunnel was. Ik moet nu ongeveer onder het Rembrandtspark zitten dacht Dirkje. Toen ze eindelijk het eind van de tunnel had bereikt zag ze tot haar grote verbazing dat hij uitmondde in een hele grote ruimte die zo hoog was dat je het plafond niet kon zien, de ruimte leek wel een bos met wel honderden bomen die allemaal versierd waren met hele kleine lampjes. Tussen de bomen stonden allemaal huisjes en overal branden er kleine kampvuurtjes.
Het dwergje negeerde haar vraag en opmerking en ging door met zijn verklaring. "De derde gang daar aan de linker kant is de gang van vertwijfeling en de vierde gang is de gang die je niet ziet,". Hier stopte de dwerg veelzeggend en Dirkje keerde zich om, om te zien wat het dwergje bedoelde, inderdaad kon ze geen gang ontdekken aan de rechter kant, het enige wat ze zag was een soort van onaantrekkelijke groene dikke mist die je het uitzicht op van wat daarachter lag ontnam. "De reden waarom wij je naar beneden hebben gelokt is de volgende," ging de dwerg verder. " Je hebt vanavond allerlei emoties doorstaan die je een lange tijd niet heb gevoeld. Je bent verbaasd geweest, angstig voor het onbekende, angstig omdat je dacht dat je je geliefde hondje niet meer terug zou zien, deze angsten heb je getrotseerd, je heb geluk ervaren bij het weerzien van je hondje in volle gezondheid en je hebt bij het binnengaan van onze geheimen grot een overvloed aan warmte gevoeld, warme die je vergeten was dat die bestond." "Wij zijn aanwezig om de afgedwaalde op de wereld weer terug te brengen naar de wereld van emoties, de prettige emoties en als tegenhanger de minder prettige. De reden hiervoor is, ging de oude dwerg voort, om de afgedwaalde de zin van het leven weer te doen teruggeven of in iedergeval een keuze te geven om terug te keren via de gang van de wedergeboorte. Deze gang is niet de gang van de gelukzalige, het is de gang die je terugbrengt in je oude leven maar met een nieuw inzicht en een nieuwe kans op een stukje geluk." Dirkjes ogen werden doffer en even voelde ze weer haar oude neerslachtige gevoel boven komen dat ze kwijt was geweest sinds dit avontuur begon. "STOP," schreeuwde het oude dwergje met een zeer luidde stem, Dirkje schrok hevig en met Pitou nog steeds dicht tegen zich aangedrukt schoof ze snel een stukje opzij, weg van de boze dwerg, ze keek de dwerg geschrokken aan afwachtend wat er nu komen ging, het zachte zingen van de overige dwergen dat op de achtergrond tot nu toe steeds te horen was geweest verstomde en alle aanwezigen keken naar het oude dwergje dat met twee gebalde vuistjes tegenover Dirkje zat. "Stop" zei het dwergje, maar nu niet meer zo luid en tegelijkertijd begonnen de overige dwergjes zachtjes te neuriën. De dwergkinderen die het dansen gestaakt hadden gingen moe op de grond zitten en neuriede mee, zachtjes wiegend met hun bovenlijfje. "Stop", klonk het voor de derde keer maar nu meer als een verzoek. "Waarmee?", vroeg Dirkje vertwijfeld en ondanks dat het zachte gezang weer een sfeer gaf van goedmoedigheid zei Dirkje onzeker tegen het dwergje "je maakt me bang met dit gedrag." Het dwergje schoof wat dichterbij en zei, "dat is ook de bedoeling lieve kind, ieder gevoel van neerslachtigheid zou je moeten afschrikken en plaats moeten maken voor een prettiger soort van emotie. Ik dien alleen maar als voorbeeld, dit zou je zelf moeten doen, gooi de neerslachtigheid van je af beschouw het als een vijand die je af moet schrikken en neem daar voor in de plaats een gevoel van blijheid en vertrouwen in het leven en de mensen." " Neem een voorbeeld aan je hondje," zei dwergje terwijl hij Pitou over haar hoofdje aaide, " ben je niet vaak jaloers geweest op de blijheid die zij dagelijks toont?" Dirkje knikte maar tegelijkertijd spurtende ze tegen door het dwergje te vertellen dat de zorgen die een hond tegenkomt toch een stuk minder zijn dan die een mens tegenkomt en dat je de belevingswereld van een hond toch echt niet kan vergelijken met die van een mens. Het dwergje keek Dirkje aan met een beetje weemoed in zijn ogen en zei zachtjes "Dirkje je hebt het niet begrepen, inderdaad is de belevingswereld en de intelligentie van een hond anders dan van een mens MAAR!! zei hij zijn stem verhogend en met zijn dikke vingertje in de lucht zwaaiend de emoties zijn wel degelijk het zelfde" en wat zien wij in het algemeen als een hondje vrolijk kwispelend iemand benadert? Dat menigeen het diertje graag over het hoofdje aait, wat zien wij als een hond sacherijnig is en kwaadaardig, dat hij door menigeen wordt vermeden en niet graag gezien wordt, ook al heeft hij niet zo veel verstand zijn emoties roepen de zelfde reacties op als van een mens. Je hondje is er van overtuigd dat wanneer ze vriendelijk is en blij ze de aandacht krijgt die ze zo graag wil hebben en in 90% van de gevallen gaat dit ook op." Dirkje hield haar hoofd een beetje scheef en keek de dwerg nadenkend aan, na een paar minuten van zwijgen zei ze: "ja, ik denk dat je gelijk hebt, ik heb de laatste jaren steeds gedacht dat mijn hondje de enige was die ik kon vertrouwen, dat het hondje mijn enige betrouwbare vriend was en dat ik altijd op haar liefde kon bouwen, dat mensen onbetrouwbaar zijn en mijn liefde niet waard zijn, dit maakte me erg neerslachtig en als ik dat zeg geef ik eigenlijk weer dat ik ook geen liefde voor mezelf kan voelen. Dat bedoel je toch?," vroeg Dirkje terwijl ze van opwinding door het plotseling begrip wat sneller begon te praten, ze wachtte het antwoord van de dwerg niet af maar ging vlug verder " nu ik er over nadenk is het houden van mijn hondje goed en mooi maar is het ook wel de meest simpele manier van houden van, ze luistert, is altijd aardig, blij mij te zien en geeft nooit een weerwoord." "Precies" zei de dwerg en van vreugde maakte hij razendsnel een radslag om Dirkje heen, hij pakte Pitou van Dirkjes schoot zette haar op de grond en nam toen Dirkje's handen in zijn dikke knuistjes en nodigde haar uit tot een rondedansje, alle andere dwergjes begonnen op de maat te klappen terwijl ze luid een dwergenliedje inzetten. Terwijl het lied nog bezig was sloeg de dwerg een arm om Dirkjes middel en leidde haar vrolijk naar een rustig plekje buiten de kring vlak voor de gang van de 'wedergeboorte', de grond was bedekte met dik mos en varens. Dwerg nodigde Dirkje uit plaats te nemen op dit bosbed en ging naast haar zitten. Pitou die vrolijk blaffend mee had gedanst zocht ondertussen haar tennisbal weer op en toen ze die gevonden had sprong ze tevreden op Dirkjes schoot. "Houden van mensen is moeilijker en kost echt veel energie Dirkje maar het geeft ook zoveel terug, zoals ik je vertelde is Kerstonia ontstaan door alle emoties van de wereld te bundelen, je voelt je sinds je hier binnen bent prettig terwijl ook hier het kwade aanwezig is, we gebruiken het kwaad voor wanneer nodig, zoals het stelen van je hondje om je hier naar toe te lokken, we belonen het kwaad als het iets voor ons gedaan heeft met kwaad dat hier in Kerstonia aanwezig is maar zoals je ziet overwint het goed hier in grote maten. Ieder mens heeft goed en kwaad in zich, soms is de balans zoek maar je moet met me eens zijn dat ieder mens het kwaad gebruikt indien nodig en als je dat weet en erkend bij jezelf dan creëer je begrip voor je medemens en met dit begrip ontvang je ook begrip. Kerstonia is eigenlijk de mensheid in het klein, de vier tunnels zijn de keuzes die je als mens hebt, dus met andere woorden jij zelf hebt de keuze hoe je leven verloopt voor een groot deel zelf in de hand, benader mensen met vertrouwen maar vertrouw eerst jezelf en je zult zien dat je veel gelukkiger wordt." Dirkje luisterde nog steeds met veel aandacht maar voelde een loomheid over zich heen komen een loomheid en een heel prettig verlicht gevoel en ze kon haar ogen bijna niet meer openhouden, ze hoorde de dwerg nog praten maar zijn stem leek steeds meer van uit de verte te komen. Dirkje legde haar hoofd neer en ze voelde nog net hoe Pitou zoals gewoonlijk als ze gingen slapen dicht tegen haar aankroop waarna ze wegzonk in een diepe prettige slaap. Toen Dirkje haar ogen open deed keek ze verbaasd in het rond. Waar ben ik? dacht ze voor de tweede keer in korte tijd, ze had verwacht in het gezicht te kijken van de dwerg maar ze ontdekte dat ze gewoon in haar eigen bed lag. Pitou zoals altijd in haar armen nog steeds lekker slapend. "Heb ik het dan allemaal gedroomd? De dwerg, Kerstonia? Maar ik voel me zo goed en vrolijk? kan dat van een droom? Maar hoe ben ik gisteren thuis gekomen na het werk dan? Verward zat Dirkje rechtop in haar bed en het vrolijke gevoel maakte plaats voor een lichtelijk gevoel van paniek. Ben ik gek aan het worden? vroeg ze zich bezorgt af, terwijl ze Peertje oppakte, haar benen uit het bed zwaaide en opstond hoorde ze een geluid en van het bed rolde een tennisbal versierd met kersttakjes. DSHD, 23 december 2000 |