Mijn Westy.Toen ik je zag, de eerste keer, een klein bolletje zacht haarWas ik vertederd, verdwaasd, verliefd, dus daarom nam ik je maar. Je riekte nog zo naar het nest, echt een aparte geur, En kiezen ging niet want alle zes, hadden ze dezelfde kleur. Ik nam je mee, in een grote mand , onwennnig keek je me aan. Je paste toen nog in mijn hand, en pukje werd je naam. Al snel verkende je mijn huis, en ook de kleine tuin Je was zo klein, en supersnel, en had pluimpjes in je kruin. Je oogjes zijn zo zwart als git, je vacht hoort wit te zijn Ik leer je kom, en lig en zit! en wandelen vind je fijn. Je bent met twee, nog een terriėr, samen een heel leuk stel. eerst wat jaloers,maar op korte tijd, vinden jullie `t samen wel. Twee dikke vrienden, voor dag en nacht, altijd bij elkaar Samen op stap, of samen de wacht, en dat al dik een jaar. Samen stoeien, samen stout, mijn twee harige rakkers, En wat ik nu van jullie vind, jullie zijn mijn beste makkers. Geen betere vrienden hier op aard, of `t is de vriendschap van een hond, Een mens is `t eigenlijk niet waard, dat deze liefde ons samenbond. AdJ, 15 oktober 2000 |